blog

    Nieuws Wet natuurbescherming: uitvoeringsregelgeving bekend en geen verplichte aanhaking natuurtoets met omgevingsvergunning

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 31 mei 2016Laatste update: 14 augustus 2019
    Nieuws Wet natuurbescherming: uitvoeringsregelgeving bekend en geen verplichte aanhaking natuurtoets met omgevingsvergunning

    De uitvoeringsregelgeving bij de Wet natuurbescherming liet tot voor kort op zich wachten. Hierdoor verschoof de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming naar 1 januari 2017. Eerder besteedde ik hier aandacht aan in mijn blog “Wet natuurbescherming GEEN feit in 2016: Wet treedt pas op 1 januari 2017 in werking”. Inmiddels heeft de staatssecretaris op 13 mei 2016 de uitvoeringsregelgeving in ontwerp naar de Tweede Kamer gezonden. Hieruit blijkt dat het nodige verandert. Zo zullen enkele bepalingen van de Wet natuurbescherming niet in werking treden. Het gaat om de bepalingen die zien op de verplichte aanhaking van de natuurtoets met de omgevingsvergunning.  Hoe zit dit? En welke wijzigingen zijn er nog meer? Zo heeft de staatssecretaris ook (weer) een wijziging in de regeling voor beweiden en bemesten in petto.

    Vrijwillige aanhaking

    Op dit moment is het mogelijk om een afzonderlijke Natuurbeschermingswetvergunning (Nbw-vergunning) aan te vragen, ook als een vergunningplicht bestaat op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In dat geval haakt de Nbw-vergunning niet aan bij de omgevingsvergunning en doorloopt dus een aparte procedure.

    Onder het regime van de Wet natuurbescherming zou dit niet meer mogelijk zijn. Een omgevingsvergunning zou dan niet kunnen worden verleend zonder verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van Gedeputeerde Staten voor de natuurtoets. In mijn blog “Wet natuurbescherming in 2016 een feit: voortaan omgevingsvergunning met verklaring van geen bedenkingen voor natuurtoets” ging ik hierop in. De staatssecretaris heeft nu aangegeven dat dit zal worden aangepast. De verplichte aanhaking van de natuurtoets met de omgevingsvergunning zal een vrijwillige aanhaking worden.

    Waarom?

    De staatssecretaris past dit aan om twee redenen. Allereerst wil de staatssecretaris aansluiten bij de toekomstige Omgevingswet. De Omgevingswet maakt het mogelijk, naast het aanvragen van één omgevingsvergunning voor alle activiteiten (een meervoudige omgevingsvergunning), om voor verschillende aspecten separate omgevingsvergunningen aan te vragen. Dat zijn enkelvoudige omgevingsvergunningen. De aanvrager kan zelf kiezen tussen een aanvraag voor enkelvoudige omgevingsvergunningen of een meervoudige. In dat laatste geval hebben gemeenten eerst een vvgb van Gedeputeerde Staten nodig voor de activiteit natuur. Bij een enkelvoudige omgevingsvergunning natuur zijn Gedeputeerde Staten bevoegd om de vergunning te verlenen. In dat geval zijn gemeenten niet verantwoordelijk voor handhaving van de activiteit natuur.

    Dit is meteen de tweede reden waarom de staatssecretaris heeft besloten om de verplichte aanhaking te schrappen. De verplichte aanhaking zou namelijk zorgen voor een lastenverzwaring voor gemeenten. Bovendien zouden aan de kennis en deskundigheid bij gemeenten hogere eisen moeten worden gesteld.

    Hoe?

    De staatssecretaris heeft aangegeven dat de bepalingen van de Wet natuurbescherming die de verplichte aanhaking regelen niet in werking treden. Naar verwachting zullen deze bepalingen in de Invoeringswet van de Wet natuurbescherming worden uitgesloten van inwerkingtreding. In de lagere uitvoeringsregelgeving wordt (alvast) de vrijwillige aanhaking geregeld.

    Besluit omgevingsrecht

    De vrijwillige aanhaking wordt niet meer geregeld bij wet (zoals nu in artikel 47 Nbw 1998) maar in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hiervoor zijn in het Besluit natuurbescherming een aantal wijzigingen van het Bor opgenomen. In het Bor wordt geregeld dat de natuurtoets enkel onderdeel is van de aanvraag om een omgevingsvergunning indien de aanvrager hiervoor kiest. In dat geval is een vvgb van Gedeputeerde Staten nodig. Wie een aanvraag doet om een separate Nbw-vergunning wordt geacht niet te hebben gekozen voor de mogelijkheid van vrijwillige aanhaking. Dit geldt ook als reeds een Nbw-vergunning is verleend op het moment dat de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend.

    Besluit natuurbescherming, andere wijzigingen

    In het Besluit natuurbescherming is (onder meer) voorzien in bepalingen over de Programmatische Aanpak Stikstof die momenteel in de Natuurbeschermingswet 1998 zijn opgenomen. Ook zullen het huidige Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998 en het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof (Besluit grenswaarden) worden overgenomen in het Besluit natuurbescherming.

    Onder andere wordt in het Besluit de vrijstelling van de vergunningplicht overgenomen voor projecten en andere handelingen die een lagere stikstofdepositie dan 1 mol per hectare per jaar veroorzaken (zoals nu in artikel 19kh lid 7 Nbw 1998 staat). Ook wordt in het Besluit overgenomen in welke gevallen externe saldering blijft toegestaan (zoals nu in artikel 19kr Nbw 1998 staat).

    Verder zijn de volgende twee wijzigingen relevant:

    • Anders dan nu in het Besluit grenswaarden is een vergunning nodig voor alle Natura 2000-gebieden indien sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 1 mol op één Natura 2000-gebied. Voor deze gebieden is dan ook ontwikkelingsruimte nodig, in plaats van dat een beroep kan worden gedaan op de gereserveerde depositieruimte voor effecten onder de grenswaarde.
    • Anders dan nu in het Besluit grenswaarden vindt de verhoging van de grenswaarde van 0,05 mol naar 1 mol, als na een verlaging van de grenswaarde weer voldoende depositieruimte beschikbaar is, niet van rechtswege plaats. Om een onduidelijke situatie te voorkomen is voortaan een besluit van de Minister nodig om de grenswaarde te verhogen. Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

    Regeling natuurbescherming, andere wijzigingen

    Ook in de Regeling natuurbescherming vinden we (onder andere) bepalingen over de Programmatische Aanpak Stikstof. De huidige Regeling programmatische aanpak stikstof zal opgaan in de Regeling natuurbescherming. Zo wordt in de Regeling de meldingsplicht overgenomen voor de sectoren landbouw, industrie en infrastructuur, bij een stikstofdepositie tussen de 0,05 mol en 1 mol per hectare per jaar. Ook worden de regels over prioritaire projecten overgenomen en worden de prioritaire projecten zelf opgenomen in Bijlage 1 bij de Regeling.

    Er worden twee relevante wijzigingen doorgevoerd:

    • Bij de vergunningaanvraag hoeven geen gegevens meer worden aangeleverd over de effecten voor natuurmonumenten, aangezien de Wet natuurbescherming niet langer voorziet in een specifiek beschermingsregime voor beschermde natuurmonumenten.
    • De vrijstelling op de vergunningplicht voor het weiden van vee en het gebruik van meststoffen, die op 27 april 2016 in werking is getreden (zie hiervoor mijn blog “Wijziging Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998 is in werking getreden: beweiden en bemesten voortaan vergunningvrij”), komt enkel terug voor projecten en andere handelingen waarvoor de Minister bevoegd is. In gevallen waarbij Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn (en dit zal vaak zo zijn!) zal de vrijstelling op de vergunningplicht geregeld worden in provinciale verordeningen.

    Vervolg

    De komende weken heeft de Tweede Kamer de tijd om zich uit te spreken over de concept uitvoeringsregelgeving. Daarna zal de Afdeling advisering van de Raad van State na 10 juni 2016 gevraagd worden om advies uit te brengen. Pas hierna volgt vaststelling van de regelgeving. Ik houd je hiervan op de hoogte!