blog

    Onteigening ter handhaving feitelijke toestand overeenkomstig het bestemmingsplan

    Kees van HelvoirtPublicatiedatum: 20 maart 2014

    Met dit artikel maken we je attent op het Koninklijk Besluit (hierna: “KB”) van 24 januari 2014 (nr. 2014000160; Stcrt. 2014, 3394). De gemeenteraad van Midden-Delfland (hierna: “de gemeente”)  heeft verzocht om ten name van die gemeente een onroerende zaak ter onteigening aan te wijzen voor de handhaving van de feitelijke toestand overeenkomst het bestemmingsplan “Kern Maasland”.

    Essentie

    De door de gemeente gekozen onteigeningsgrondslag is niet toepasbaar. Onteigening ter handhaving van de feitelijke toestand overeenkomstig het bestemmingsplan ziet slechts op de mogelijkheid om bestemmingen van conserverende aard door middel van onteigening in stand te houden, indien deze instandhouding op reguliere wijze niet is verzekerd en het voorbestaan van deze conserverende bestemmingen ernstig bedreigd wordt. In casu is niet gebleken, dat er reden is om aan te nemen dat de feitelijke toestand op enige manier wordt bedreigd.

    Nader bekeken

    Tussen de gemeente, de projectontwikkelaar en de mede-eigenaren ontstonden bij de totstandkoming van het bestemmingsplan allerlei planologische en privaatrechtelijke geschillen. Voor de beoordeling van de onteigening is hier alleen relevant dat de geschillen er toe geleid hebben dat enkele mede-eigenaren hun aandeel in het onverdeelde eigendom van de ter onteigening voorgedragen strook niet hebben willen verkopen aan de projectontwikkelaar of aan de gemeente. Het bestemmingsplan is niettemin gerealiseerd op het betrokken perceelsgedeelte. Omdat de privaatrechtelijke geschillen niet zijn opgelost, is er een patstelling ontstaan. Vervolgens heeft de projectontwikkelaar de gemeente verzocht om tot onteigening over te gaan.

    De gemeente betoogt dat de bevoegdheid tot onteigening ter handhaving van de feitelijke toestand overeenkomstig een bestemmingsplan in feite niets extra’s vergt ten opzichte van de bevoegdheid tot onteigening ter uitvoering van een bestemmingsplan. Onteigening zou mogelijk moeten zijn vóór, maar ook na de realisatie van de bestemmingen.

    De wetgever heeft – aldus de Kroon – de mogelijkheid tot onteigening ter handhaving van de feitelijke toestand overeenkomstig het bestemmingsplan gegeven teneinde een bestaande situatie te kunnen handhaven (conserveren). Het moet daarbij aannemelijk zijn dat zonder onteigening die bestaande situatie ernstig wordt bedreigd.

    Naar oordeel van de Kroon is de door de gemeente gekozen onteigeningsgrondslag in deze zaak niet toepasbaar. Er is volgens de Kroon geen reden om aan te nemen dat het voortbestaan van de feitelijke toestand op enige manier wordt bedreigd. Uit een e-mail blijkt dat de mede-eigenaren zich hebben verzoend met de woonbestemming in het bestemmingsplan “Kern Maasland”. Zij hebben voorts geen enkele intentie om een civielrechtelijke actie in te stellen, die zou kunnen leiden tot een ingreep in de feitelijke toestand. De woningen (en de berging) die gedeeltelijk op hun perceel staan, kunnen wat hen betreft dan gewoon blijven staan.