blog

    Onteigening - zelfrealisatie - bestemmingsplan

    Kees van HelvoirtPublicatiedatum: 6 februari 2012

    Het zelfrealisatierecht. De mogelijkheid tot onteigening in relatie tot de bereidheid van de grondeigenaar zich te verplichten tot realisatie overeenkomstig het bestemmingsplan en het exploitatieplan.

    In dit artikel brengen we het Koninklijk Besluit van 5 december 2011, no. 11.002951 (Onteigeningsplan Spijkvoorderenk) onder de aandacht. De raad van de gemeente Deventer heeft de Kroon verzocht om ten aanzien van enkele percelen, waarop woningbouw is beoogd, een onteigeningsbesluit te nemen. Reclamanten hebben verschillende van de in de onteigening betrokken percelen in eigendom verworven met het oog op de realisatie van de toekomstige woningbouwbestemming en stellen dat zij zelf in staat en bereid zijn de aan hun percelen toegedachte bestemming zelf te kunnen realiseren. De onteigening is aldus reclamanten niet noodzakelijk.

    Op het zelfrealisatiebeginsel kan volgens de vaste lijn die de Kroon volgt, een uitzondering worden gemaakt, indien de gemeente een andere vorm van planuitvoering wenst dan de grondeigenaar. Onteigening is dan pas te rechtvaardigen als aangetoond is, dat in het publieke belang dringend behoefte bestaat aan de door de gemeente gewenste vorm van planuitvoering.

    In dit KB wordt in de eerste plaats overwogen dat de gewenste vorm van planuitvoering – naast de toelichting op het bestemmingsplan, de bijbehorende regels, de beschrijving in hoofdlijnen, een beeldkwaliteitsplan of een inrichtingsplan – ook kan blijken uit een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.

    Daarnaast staat in dit KB centraal het uitblijven van overeenstemming over het moment waarop door reclamanten de te betalen exploitatiebijdrage dient te worden betaald. In de onderhavige kwestie is de Kroon niet gebleken dat de grondeigenaren zich niet zouden willen conformeren aan de wijze van planuitvoering. De Kroon oordeelt dat een gebrek aan overeenstemming over het kostenverhaal – onder verwijzing naar het systeem van afdeling 6.4 “Grondexploitatie” van de Wet ruimtelijke ordening – niet mag leiden tot de conclusie dat onteigening onontkoombaar is. Het verzoek om een onteigeningsbesluit te nemen is dan ook afgewezen.

    In dit verband brengen wij voorts nog onder de aandacht hetgeen de Kroon in het KB van 30 mei 2011, no. 11.001310 (Gorinchem, onteigeningsplan Hoog Dalem) heeft overwogen. In die kwestie was de projectontwikkelaar ook in staat en bereid de aan zijn percelen toegedachte bestemming zelf te realiseren. De projectontwikkelaar was bereid om daarover een exploitatieovereenkomst te sluiten. De Kroon oordeelde evenwel dat de aan te leggen energie-infrastructuur een integrale planuitvoering noodzakelijk maakte. Die integrale planuitvoering rechtvaardigde de onteigening. Dit dus ondanks dat de projectontwikkelaar bereid was om zich bij een exploitatieovereenkomst te verplichten de beoogde bestemming te verwezenlijken. Samengevat kwam het in dat KB erop neer dat de wijze van planuitvoering die de gemeente voorstond een andere was dan die de projectontwikkelaar kon waarmaken. Daarbij kwam dat bij de beoogde wijze van planuitvoering in het publieke belang
    dringend behoefte bestond.