blog

    Rechtbank: VVGB mag worden voorbereid door het college

    Rechtbank: VVGB mag worden voorbereid door het college

    Onlangs heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een voor de praktijk nuttige uitspraak gedaan over de VVGB. In de uitspraak van 5 september 2019 (gepubliceerd op 30 september 2019) oordeelt de rechtbank dat het is toegestaan dat het ontwerp van een verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning (de ontwerp-VVGB) door het college van burgemeester en wethouders wordt voorbereid.

    Als de gemeenteraad in een vergadering instemt met het voornemen om de VVGB te weigeren, is sprake van een door de raad zelfstandig ingenomen standpunt. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee voldaan aan de tekst van artikel 3.11, derde lid, van de Wabo en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wabo.

    Even opfrissen: bestaande rechtspraak Afdeling over de VVGB

    Uit eerdere rechtspraak van de Afdeling volgde dat in de gevallen waarin de gemeenteraad bevoegd is om een verklaring van geen bedenkingen af te geven, het niet is toegestaan dat burgemeester en wethouders in de plaats van de gemeente een ontwerpbesluit voor een VVGB voorbereiden en ter inzage leggen (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1511) en het blog van onze collega Yasemin Demirci).

    Volgens de Afdeling volgt uit de tekst van artikel 3.11, derde lid, van de Wabo en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wabo, dat in het geval een VVGB is vereist, eerst een ontwerpbesluit over de VVGB ter inzage moet worden gelegd waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. Voorts heeft de Afdeling overwogen dat uit artikel 3.11 en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wabo volgt dat dit ontwerpbesluit moet zijn opgesteld door het bestuursorgaan dat bevoegd is een VVGB te geven.

    Uit deze uitspraak leek te volgen dat in gevallen waarin een VVGB van de gemeenteraad vereist is, de gemeenteraad zelf een ontwerpbesluit moet voorbereiden en ter inzage moet leggen. Zou de gemeenteraad dat niet doen, dan zou het besluit waaraan de VVGB ten grondslag ligt, geen stand houden bij de Afdeling.

    Oordeel rechtbank

    In de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2225) gaat het om een kwestie waarin ten onrechte een VVGB ontbreekt. De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van een VVGB onder omstandigheden kan worden gepasseerd. Wij verwijzen naar het blog van Merel Copier over deze uitspraak. De Afdeling maakt in de uitspraak van 9 mei 2018 geen gebruik van de mogelijkheid het gebrek te passeren of de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Het is dan ook de vraag hoe de uitspraak van 4 juli 2018 zich verhoudt tot de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018.

    De hiervoor genoemde rechtspraak van de Afdeling heeft bij veel gemeenteraden de vraag opgeworpen in hoeverre zij de ondersteuning van het college of ambtelijke ondersteuning mogen inzetten bij de voorbereiding van een VVGB. In de zaak die leidde tot de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 september 2019 had de gemeenteraad het ontwerpbesluit tot weigering van de VVGB niet zelf geformuleerd. Het college had het ontwerpbesluit geformuleerd. De rechtbank oordeelt dat niettemin aan de tekst uit artikel 3.11 derde lid van de Wabo en de totstandkomingsgeschiedenis van de Wabo is voldaan, omdat de gemeenteraad tijdens de raadsvergadering een zelfstandig standpunt heeft ingenomen over het voornemen de VVGB te weigeren.

    De uitspraak van de rechtbank geeft de gemeenteraad duidelijk meer ruimte dan de lijn die de Afdeling hanteert. Het zou wat ons betreft een goede zaak zijn als de Afdeling in de toekomst deze benadering volgt.

    Vragen?

    Heb je vragen over de ontwerp-VVGB of de voorbereiding daarvan? Neem contact op met Merel Copier of Marie-Anna Bullens.