blog

    Scoren op “feeling met de aanbestedende dienst”?

    Elise Zeelenberg
    Elise ZeelenbergPublicatiedatum: 14 oktober 2016
    Scoren op “feeling met de aanbestedende dienst”?

    In de praktijk leeft bij veel aanbestedende diensten de wens om “softe eisen” op te nemen in de aanbestedingsstukken. Zo komt het regelmatig voor dat een aanbestedende dienst een opdracht het liefst gunt aan een opdrachtnemer waarmee hij een klik voelt. Zeer begrijpelijk, je zult als aanbestedende dienst veelal intensief gaan samenwerken met de opdrachtnemer. Dan is het wel zo prettig als je op één lijn zit. Het is echter de vraag of het stellen van dergelijke softe eisen aanbestedingsrechtelijk is toegestaan. Het “voelen van een klik” of “feeling hebben met de opdrachtgever” is niet objectief te toetsen en het is maar de vraag in hoeverre dergelijke eisen verband houden met het voorwerp van de opdracht.

    Te softe eisen

    Een recent advies van de Commissie van Aanbestedingsexperts vormt een goed voorbeeld van (te) softe gunningscriteria die te weinig verband houden met het voorwerp van de opdracht. De casus was als volgt. Een aanbestedende dienst had een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor een raamovereenkomst voor grafisch ontwerp- en vormgevingsdiensten. Eén van de subgunningscriteria was “Feeling met de cultuur van de aanbestedende dienst”. De aanbestedende dienst schreef daarom het prettig te vinden als de inschrijver “de taal van de aanbestedende dienst spreekt, snapt en voelt wat er in de stad speelt, met welke doelgroep de aanbestedende dienst daadwerkelijk te maken heeft en weet wat de invloed van de politiek is op de dagelijkse praktijk van de aanbestedende dienst”. 

    De Commissie overweegt dat zij kan zich voorstellen dat het voor de uitvoering van de opdracht relevant is dat de opdrachtnemer goed kan communiceren, zich goed kan verdiepen in de aanbestedende dienst en haar burgers, en voldoende inlevingsvermogen heeft. Dat zouden volgens de Commissie kerncompetenties kunnen zijn in het kader van de selectie van gegadigden of inschrijvers. De eisen die de aanbestedende dienst in dit geval heeft gesteld, gaan volgens de Commissie verder dan voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijk is. Daarmee houdt het gunningscriterium “Feeling met de cultuur van de aanbestedende dienst” volgens de Commissie onvoldoende verband met het voorwerp van de opdracht. 

    Wat kan wel? 

    Het is zaak voor aanbestedende diensten om kritisch naar de voorgenomen (softe) gunningscriteria te kijken. Betreffen het criteria die objectief gezien relevant zijn voor de uitvoering van de opdracht of zijn de criteria vooral opgenomen vanuit de wens een prettige samenwerkingspartner te selecteren? Hoe wenselijk een goede verstandhouding met de opdrachtnemer ook moge zijn, zo’n argument is aanbestedingsrechtelijk niet toegestaan. Het voelen van een klik met de opdrachtnemer lijkt in dit verband geen toegestaan criterium bij de gunning. Concrete(r), toetsbare criteria zoals communicatievermogen en inlevingsvermogen kunnen mogelijk wel gehanteerd worden, als die vaardigheden inderdaad relevant zijn voor de opdracht die wordt aanbesteed. Anders gezegd: zorg dat de eisen en criteria “voldoende feeling houden” met de opdracht die wordt aanbesteed.