Uitbreiding sluitingsbevoegdheid artikel 13b Opiumwet in consultatie

Uitbreiding sluitingsbevoegdheid artikel 13b Opiumwet in consultatie

Blog thema: Openbare orde en veiligheid

12 september 2016

Op 8 september 2016 verscheen een internetconsultatie van het voorstel tot wijziging van artikel 13b van de Opiumwet ('Wet Damocles'): 

Huidige bevoegdheid

Volgens de huidige redactie van artikel 13b Opiumwet is de burgemeester alléén bevoegd tot het sluiten van woningen of lokalen of daarbij behorende erven, als daarin drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Volgens vaste rechtspraak wordt drugs geacht aanwezig te zijn voor verkoop als meer dan de toegestane gebruikshoeveelheid in een pand aanwezig is. Voor softdrugs is de toegestane hoeveelheid 5 gram, voor harddrugs is deze 0,5 gram (ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2365). De sluitingsbevoegdheid geldt strikt genomen niet als in een pand geen drugs worden aangetroffen, maar wel voorwerpen of stoffen die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals bepaalde apparatuur (drugslaboratorium) of chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen. Ik wijs er overigens op dat blijkens de rechtspraak in gevallen waarin uitsluitend deze 'voorbereidingshandelingen' worden geconstateerd wel aannemelijk kan worden geacht dat er (ook) drugs aanwezig zijn, zodat de burgemeester ook dan bevoegd is om over te gaan tot sluiting (zie recent: ABRvS 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2332)

Wat wijzigt er?

In het wetsvoorstel wordt expliciet geregeld dat de sluitingsbevoegdheid uit artikel 13b van de Opiumwet voortaan ook geldt in het geval van strafbare voorbereidingshandelingen. De verruiming heeft alleen betrekking op voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a of 11a van de Opiumwet. Deze bepalingen vereisen dat degene die een voorwerp of stof in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Dit kan al blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stof (opslag van 2000 liter zoutzuur in een woonwijk) of uit de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie (drugslaboratorium of hennepkwekerij in aanbouw), maar ook uit tapgesprekken of observaties uit een opsporingsonderzoek. Niet alle op grond van artikel 10 of 11a van de Opiumwet strafbare voorbereidingshandelingen wegen mee. Alleen voor het in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden hebben van de hierboven genoemde voorwerpen of stoffen, verschaffen de bevoegdheid aan de burgemeester om over te gaan tot sluiting. Dit is niet het geval bij het aantreffen van (uitsluitend) vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3° van de Opiumwet.

Nieuwe redactie artikel 13b Opiumwet

Volgens het wetsvoorstel komt het nieuwe artikel 13b Opiumwet als volgt te luiden: 

1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: 

a. een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; 

b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

Consultatie

Tot en met 10 oktober 2016 bestaat de gelegenheid om een reactie te geven op het wetsvoorstel. Wanneer het nieuwe artikel 13b van de Opiumwet in werking treedt is nog niet bekend. Zodra hierover meer te melden is breng ik je hiervan op de hoogte.