blog

    Uitleg eliminatiebeginsel

    Kees van HelvoirtPublicatiedatum: 7 september 2015

    In dit artikel brengen wij de conclusie van de (waarnemend) advocaat-generaal Van Oven (hierna: AG) van 4 september 2015 (ECLI:NL:PHR:2015:1701) onder de aandacht. De conclusie heeft betrekking op het door Megahome ingestelde cassatieberoep tegen de vaststelling van de schade door de rechtbank Rotterdam als gevolg van de onteigening van ruim 23 ha landbouwgrond ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan “Hoog Dalem” te Gorinchem. Met name is interessant het onderdeel, waarin de AG ingaat op de invloed van bestemmingsplannen op de werkelijke waarde.

    Essentie         

    De AG is op basis van de parlementaire geschiedenis van oordeel, dat bij de verwerving van onroerende zaken ten behoeve van de volkshuisvesting wel degelijk de invloed van bestemmingsplannen op de werkelijke waarde in aanmerking moet worden genomen.

    Nader bekeken

    In deze zaak heeft de rechtbank bij de vaststelling van de werkelijke waarde het bestemmingsplan “Hoog Dalem” geëlimineerd, tegen de achtergrond van de 9 juli arresten. De rechtbank is van oordeel dat het bestemmingsplan “Hoog Dalem” (enkel) voorziet in een juridische en planologische grondslag voor het bestaande “Stedenbouwkundig Plan Hoog Dalem Gorinchem” als een andersoortig (concreet) plan. Aldus de rechtbank dient tegen de achtergrond van de 9 juli arresten het bestemmingsplan “Hoog Dalem” te worden geëlimineerd. Onder meer tegen deze overweging heeft Megahome cassatieberoep ingesteld. De AG acht het cassatiemiddel gegrond op basis van het volgende.

    In de eerste plaats stelt de AG vast dat de Markus-Matserleer toepassing heeft gevonden in onteigeningen ten behoeve van infrastructurele werken, zoals wegen, spoorwegen, dijken, havens, groene zone, recreatieterreinen, defensieterreinen, etc. en niet in onteigeningen ten behoeve van stadsuitbreidingsprojecten. De AG vervolgt met de opmerking dat naar zijn oordeel de 9 juli arresten een opvolger zijn van de Markus-Matserleer en (dus) toepassing zouden moeten missen op het eliminatiebeginsel bij stadsuitbreidingsplannen. De AG constateert dat in de twintigste eeuw herhaalde pogingen van de wetgever om de waardevermeerderende invloed van bestemmingsplannen te elimineren, zijn gestrand. De AG komt tot het oordeel dat het niet op de weg van de rechter ligt om alsnog te oordelen dat de invloed van bestemmingsplannen op de waarde van gronden die worden onteigend ten behoeve van de ontwikkeling van een woonwijk dient te worden geëlimineerd.

    Als de Hoge Raad de conclusie van de AG zal volgen, dan heeft dat tot gevolg dat de waardevermeerderende invloed van het bestemmingsplan “Hoog Dalem” wel degelijk dient te worden betrokken bij de vaststelling van de werkelijke waarde van de grond. Het laatste woord is dus aan de Hoge Raad, waarnaar reikhalzend wordt uitgekeken. Vanzelfsprekend houden wij je van het oordeel van de Hoge Raad op de hoogte.