blog

    Verbinden van voorwaarden aan planologische medewerking toegestaan! De Hoge Raad schetst het kader

    Kees van HelvoirtPublicatiedatum: 29 maart 2017
    Verbinden van voorwaarden aan planologische medewerking toegestaan! De Hoge Raad schetst het kader

    Tegen de achtergrond van de ruimte voor ruimte regeling heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 24 maart jl. (ECLI:NL:HR:2017:483) het juridisch kader geschetst, voor gebruikmaking van bevoegdhedenovereenkomsten (deze link gaat naar het arrest). De bevoegdhedenovereenkomst is een overeenkomst waarbij een bestuursorgaan zich bindt met betrekking tot de uitoefening van een hem toekomende publiekrechtelijk bevoegdheid. In de kwestie die heeft geleid tot het arrest van 24 maart jl. ging het over het verlenen van planologische medewerking, onder de voorwaarde dat de aspirant bouwer stallen sloopt en de daarmee samenhangende milieurechten intrekt. De Hoge Raad oordeelde dat het maken van dergelijke afspraken is toegestaan.

    Waar ging de kwestie over die leidde tot het arrest van de Hoge Raad?

    Tussen de gemeente Bladel en een projectontwikkelaar Bouwers met visie B.V. (hierna: “BMV”) zijn afspraken gemaakt over het verlenen van planologische medewerking voor de bouw van 23 vrijstaande woningen. In ruil voor deze planologische medewerking heeft BMV zich verplicht om op 16 locaties in de provincie Noord-Brabant 23.000 vierkante meter stallen te slopen en van die locaties de milieuvergunningen – en de daarmee samenhangende mest(productie)rechten – in te trekken. 

    U raadt het al. De gemeente gaat voortvarend aan de slag met het bestemmingsplan, dat de afgesproken realisatie van de woningen mogelijk maakt, maar de aspirant bouwer voldoet vervolgens niet aan de voorwaarden. Inmiddels zijn de woningen gerealiseerd. De gemeente wil dat BMV alsnog voldoet aan haar verplichtingen. BMV stelt dat het de gemeente niet was toegestaan de hiervoor genoemde voorwaarden aan de planologische medewerking te verbinden. De Hoge Raad: 

    “3.5.2 Een bevoegdhedenovereenkomst is een overeenkomst waarbij een bestuursorgaan, of het overheidslichaam waartoe dat orgaan behoort, zich bindt met betrekking tot de uitoefening van hem toekomende publiekrechtelijk bevoegdheden. Een dergelijke overeenkomst kan door een bestuursorgaan of een overheidslichaam worden aangegaan indien en voor zover de wet daartoe de ruimte laat. Die ruimte is in beginsel aanwezig indien het bestuursorgaan beleids- of beoordelingsvrijheid toekomt bij de uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid.

    3.5.3 Uit het hiervoor in 3.5.2 overwogene volgt dat de voorwaarden die bij een bevoegdhedenovereenkomst worden gesteld voor uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid, door de wet moeten worden toegelaten. Indien het gaat om de uitoefening van een doelgebonden bevoegdheid, zoals de in deze zaak aan de orde zijnde planologische bevoegdheden van (organen van) een gemeente, zullen die voorwaarden dan ook het doel moeten (kunnen) dienen waarvoor de desbetreffende bevoegdheid door de wet is gegeven.”

    Met andere woorden, indien de wet aan een bestuursorgaan beleids- of beoordelingsvrijheid geeft bij de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden, zoals bij planologische bevoegdheden, dan is het toegestaan om ten aanzien van de uitoefening van die bevoegdheid afspraken te maken. Daarbij dienen – vanzelfsprekend – de afspraken wel het doel te dienen, waarvoor die bevoegdheid aan het bestuursorgaan is verleend.

    Verder oordeelt de Hoge Raad in dit arrest dat bij het maken van afspraken over verplichtingen, die voor de aspirant bouwer weliswaar financiële gevolgen heeft, maar geen financiële afdrachten aan het bestuursorgaan betreft, er dan geen sprake is van kostenverhalen.

    Voor meer informatie of vragen over dit onderwerp, kun je vrijblijvend contact opnemen. Lees ook eens de andere blogs van Marie-Anna Bullens.