Voor aanwijzing locatie(s) ondergrondse afvalcontainer is besluit vereist!

Voor aanwijzing locatie(s) ondergrondse afvalcontainer is besluit vereist!

Thema: Omgevingsrecht

14 juni 2017

Door middel van deze blog breng ik de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1460) onder uw aandacht. In deze uitspraak oordeelt de Voorzieningenrechter – kort gezegd – dat aan het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer een schriftelijke beslissing tot aanwijzing van (een of meer) locatie(s) ten grondslag moet liggen. Deze schriftelijke beslissing is een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

Afvalstoffenverordening

Op grond van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer stelt de gemeenteraad in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. De Afvalstoffenverordening bevat veelal regels omtrent het inzamelen en het ter inzameling aanbieden van (huishoudelijke) afvalstoffen. Zo kunnen burgemeester en wethouders bij voorbeeld bepalen dat in een bepaalde buurt, straat of wijk huishoudelijk restafval wordt ingezameld met behulp van ondergrondse afvalcontainers. Vervolgens kunnen burgemeester en wethouders bepalen op welke locatie(s) de ondergrondse afvalcontainers zullen worden geplaatst.

In de praktijk gaan sommige gemeenten ervan uit dat voor het plaatsen van een ondergrondse afvalcontainer geen (aanwijzings)besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is vereist waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, omdat het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers feitelijk handelen zou betreffen.

Oordeel Voorzieningenrechter

In de uitspraak van 2 juni 2017 oordeelt de Voorzieningenrechter echter dat aan het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb ten grondslag moet liggen. Het oordeel van de Voorzieningenrechter ligt mijns inziens in lijn met eerdere jurisprudentie van de Afdeling (vergelijk: AbRS 23 maart 2016 ECLI:NL:RVS:2016:791 en AbRS 18 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL8686).

Tegen het aanwijzingsbesluit kunnen dus rechtsmiddelen worden aangewend. Zo kan worden betoogd dat als gevolg van de plaatsing van de ondergrondse afvalcontainer voor omwonenden (onaanvaardbare) overlast zal optreden. Daarbij valt te denken aan geluid- en stankoverlast. Ik verwijs naar de uitspraak van de Afdeling van 7 oktober 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BJ9485) waarin de Afdeling overweegt dat mogelijke overlast in het kader van de Afvalstoffenverordening (en het daarop gebaseerde aanwijzingsbesluit) moet worden getoetst. Het verdient mijns inziens aanbeveling beleidsregels op te stellen ter inkleuring van de bevoegdheid om locaties voor ondergrondse afvalcontainers aan te wijzen, zodat in het aanwijzingsbesluit ter motivering van de locatie naar deze beleidsregels kan worden verwezen.

Tot slot

Heeft u vragen over de uitspraak van de Voorzieningenrechter en de gevolgen daarvan? Neem gerust contact met mij op.