blog

    Gewijzigde procedurevereisten vormvrije m.e.r.-beoordeling

    Afbeelding voor Gewijzigde procedurevereisten vormvrije m.e.r.-beoordeling

    Op 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 in werking getreden. Met deze wet is onder meer de Wet milieubeheer (Wm) gewijzigd.

    De wijziging heeft geleid tot aanpassing van de procedurevereisten voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het is niet meer nodig om een m.e.r.-beoordelingsbesluit aan te leveren bij de vergunningaanvraag voor activiteiten waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is.

    Voordat ik de situatie vóór en na 1 januari 2021 bespreek, leg ik allereerst uit wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

    Wanneer is een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde?

    De vormvrije m.e.r.-beoordeling is aan de orde bij aanvragen voor activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit milieueffectrapport (Besluit m.e.r.), waarbij de omvang van de activiteiten onder de grens van kolom 2 valt.

    Een voorbeeld: in onderdeel D14 is onder kolom 1 als activiteit genoemd de oprichting van een installatie voor het houden van dieren. In kolom 2 is vervolgens 2000 stuks mestvarkens genoemd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is bijvoorbeeld aan de orde indien de aanvraag ziet op het oprichten van een installatie voor het houden van 1500 stuks mestvarkens.

    Situatie vóór 1 januari 2021

    Een initiatiefnemer met een activiteit in de hiervoor omschreven categorie was voorheen verplicht het m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de aanvraag aan te leveren. Dat hield praktisch gezien in dat voorafgaande aan de aanvraag een aanmeldnotitie moest worden ingediend. Indien het bevoegd gezag naar aanleiding van deze notitie besliste dat een milieueffectrapport moest worden gemaakt, was de initiatiefnemer verplicht om dit rapport bij de aanvraag over te leggen. Op grond van artikel 7.28, tweede lid Wm (oud) diende de aanvraag buiten behandeling te worden gelaten (imperatief geformuleerd) indien het m.e.r.-beoordelingsbesluit of het milieueffectrapport niet was gevoegd bij de aanvraag.

    In de praktijk kwam het in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling overigens regelmatig voor dat een aanvraag ondanks het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit of een milieueffectrapport toch in behandeling werd genomen. Vervolgens werden de benodigde stukken achteraf alsnog gevoegd in de lopende vergunningsprocedure. Dit gebrek werd in beroep veelal met toepassing van artikel 6:22 Awb gepasseerd omdat er geen belanghebbenden waren benadeeld.

    Situatie na 1 januari 2021

    De wetgever geeft aan dat het niet de bedoeling is geweest om voor de hiervoor omschreven categorie activiteiten de verplichting te stellen dat deze voorafgaand aan de aanvraag m.e.r-beoordeeld moeten worden. Volgens de wetgever gaat het namelijk doorgaans om activiteiten die zeer beperkte milieugevolgen hebben waarvoor het geen bezwaar is als de m.e.r-beoordeling plaatsvindt nadat de aanvraag is ingediend.

    Artikel 7.28 Wm is daarom per 1 januari 2021 gewijzigd. De wijziging heeft ertoe geleid dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit in zo’n geval niet al moet worden voorgelegd bij de aanvraag. Bij de aanvraag kan met een aanmeldnotitie worden volstaan. De m.e.r.-beoordeling vindt in dat geval tegelijk plaats met de beoordeling van de aanvraag van de activiteit. In dat kader is relevant dat de aanvraag van de activiteit wordt aangehouden totdat het m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen. Indien uit de beoordeling volgt dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt de aanvraag van de activiteit afgewezen. De doorlooptijd wordt hierdoor (aanzienlijk) verkort.

    Heb je nog vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op mij of een van onze andere specialisten op het gebied van omgevingsrecht of natuurbeschermingsrecht.

    Mag ik je op de hoogte houden?

    Schrijf je in voor onze blog updates

    Afbeelding voor Claudia Lap