Zorgplicht gemeente bij feitelijke inrichting bouwplan

Zorgplicht gemeente bij feitelijke inrichting bouwplan

Thema's: Bestemmingsplan, Aansprakelijkheid, Gebiedsontwikkeling, Overheid en privaatrecht, Vastgoed

7 augustus 2018

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 25 juli 2018 geoordeeld over een geschil tussen een gemeente en een aantal inwoners over ontstane hoogteverschillen bij een nieuwbouwplan. De locatie was gelegen in een glooiend landschap, waarbij in een nieuwbouwplan hoogteverschillen tot bijna 1 meter voorkwamen. De bewoners stelden als gevolg daarvan schade te hebben geleden en hebben de gemeente in een procedure betrokken.

Onrechtmatige daad gemeente?

Kernvraag is of de gemeente een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Een onrechtmatige daad is onder meer een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht. Bij overheidshandelen speelt daarbij het beginsel van de formele rechtskracht een rol. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad houdt dat in dat als tegen een besluit bezwaar en beroep heeft opengestaan bij de bestuursrechter, de civiele rechter ervan uit dient te gaan dat het besluit voor zowel de inhoud als de wijze van totstandkoming met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen in overeenstemming is.

Feitelijk handelen

De gemeente beriep zich op de formele rechtskracht van het bestemmingsplan en de bouwvergunning. De rechter gaat daarin niet mee en oordeelt dat het in dit geval ging om de vaststelling van de peilhoogtes. Daarbij gaat het niet om de uitvoering van een bestemmingsplan of bouwvergunning, maar om feitelijk handelen van de gemeente. De peilhoogte is niet in een schriftelijke beslissing neergelegd en derhalve geen besluit waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep open staat. De vordering tot schadevergoeding stuit daarom niet af op de formele rechtskracht.

Zorgplicht gemeente

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of op de gemeente bij de feitelijke inrichting van het bouwplan en in het bijzonder bij de aanleg van de wegen waaraan de peilhoogtes van de woningen gerelateerd zijn een zorgplicht rust die inhoudt dat de gemeente met de belangen van de burgers rekening houdt. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Onder meer speelt daarbij een rol dat sprake is van aanmerkelijke hoogteverschillen en de gemeente bij machte was om maatregelen te treffen. Daarnaast is de gemeente door de bewoners herhaaldelijk gewezen op de situatie. De gemeente was aldus bekend met de hoogteverschillen en de mogelijke problemen die dat met zich zou brengen. De rechtbank oordeelt dat de gemeente onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van de bewoners en haar zorgplicht heeft geschonden. Doordat zij geen maatregelen heeft getroffen, heeft zij toerekenbaar onrechtmatig gehandeld en is zij aansprakelijk voor de schade.

Conclusie

De les die uit deze uitspraak geleerd kan worden is dat een gemeente rekening dient te houden met de belangen van bewoners bij de feitelijke inrichting van een bouwplan. Het vaststellen van peilhoogtes is blijkens de onderhavige uitspraak feitelijk handelen en niet een uitvoering van het bestemmingsplan of een bouwvergunning.


Heeft u vragen over dit onderwerp? Neemt u dan gerust contact met mij op.