blog

    Duurzame energie: realiseren windpark en positie grondeigenaar

    Duurzame energie: realiseren windpark en positie grondeigenaar

    Het realiseren van duurzame energieprojecten is in volle gang. Het buitengebied biedt veel ruimte om zonneparken of windparken te realiseren. Maar wat als er geen goede afspraken met grondeigenaren van naastgelegen percelen zijn gemaakt?

    De initiatiefnemers van het grootste windpark in Nederland in de Wieringermeerpolder zijn door het Gerechtshof Amsterdam gewezen op de noodzaak van het maken van duidelijke afspraken. Zijn er geen afspraken gemaakt, dan is de gedoogprocedure de aangewezen route. Zonder afspraken en gedoogprocedure, mag niet zomaar inbreuk worden gemaakt op iemands eigendom. Ik licht dat in deze blog toe.

    Afspraken met grondeigenaren of gedoogplicht

    Een initiatiefnemer van een duurzaam energieproject gaat veelal in vroeg stadium in gesprek met grondeigenaren. Partijen moeten afspraken maken over de plaatsing van windturbines en de gevolgen voor de grondeigenaar. Deze afspraken zien op het vestigen van verschillende zakelijke rechten voor het plaatsen van de windturbines.

    Komen partijen er in alle redelijkheid toch niet uit, dan moet een initiatiefnemer zorgen dat in ieder geval de privaatrechtelijke belemmeringen worden weggenomen. Een gedoogplicht op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht kan dan aangevraagd worden. Een initiatiefnemer moet daar niet te afwachtend in zijn, zo bevestigd het Gerechtshof Amsterdam.

    Casus Windpark Wieringermeer

    In 2011 heeft Vattenfall met een grondeigenaar, we noemen hem Peters, een overeenkomst gesloten voor het plaatsen van een windturbine op zijn perceel. Deze windturbine maakt onderdeel uit van Windpark Wieringermeer. Ook met de eigenaar van het naastgelegen perceel van Peters, we noemen hem De Vries, is een overeenkomst gesloten. De Vries heeft ingestemd met de plaatsing van de windturbine op zijn perceel.

    Notariële vastlegging locaties windturbines

    De Vries heeft een opstalrecht voor onbepaalde tijd en diverse erfdienstbaarheden aan Vattenfall verleend. Deze zakelijke rechten zijn in een notariële akte gevestigd.

    In de notariële akte is daarbij de exacte locatie van de windturbine op het perceel van De Vries vastgelegd. Deze locatie is gelijk aan het Rijksinpassingsplan en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten die op 29 april 2015 zijn vastgesteld door de ministers van Economische zaken en Infrastructuur en Milieu.

    Relevant hierbij is dat de windturbine op de locatie van De Vries een overdraai gaat veroorzaken op het perceel van Peters. Hiertegen is Peters vrij snel opgekomen. Onder meer door een beroepsprocedure tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van de windturbine op het perceel van De Vries.

    Privaatrechtelijke belemmering en evident karakter

    De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep ongegrond verklaard. Daarbij oordeelt de Afdeling dat een privaatrechtelijke belemmering pas aan de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg staat, als die belemmering een evident karakter heeft.

    De Afdeling oordeelt dat dat in dit geval niet zo is, aangezien de ministers aannemelijk hadden gemaakt dat ook zonder overeenstemming met Peters het inpassingsplan voor de windturbine uitvoerbaar is. Zij hadden immers de bevoegdheid om een gedoogplicht op te legen.

    Start bouw van de windturbine in 2020

    Op 4 mei 2020 is begonnen met de bouw van de windturbine. De onderste twee delen van de mast zijn gerealiseerd. De bovenste drie delen van de mast, de turbinegordel en de rotorbladen nog niet.

    Oordeel voorzieningenrechter: inbreuk op eigendomsrecht

    Peters start daarop een kort geding. De voorzieningenrechter verbiedt Vattenfall inbreuk te maken op het eigendomsrecht van Peters voor zover dit overdraai op het perceel van Peters tot gevolg heeft. Vattenfall is het niet eens met deze uitspraak en komt in hoger beroep.

    Mag de luchtkolom boven perceel gebruikt worden door een derde?

    Vattenfall betoogt in hoger beroep dat de luchtkolom boven het perceel van Peters geen onderdeel van zijn eigendomsrecht uitmaakt. Het belang zou bovendien ontbreken bij Peters, omdat de rotorbladen op meer dan 60 meter boven het perceel overdraaien. Daarbij ontwikkelt Peters op het betreffende perceel slechts agrarische activiteiten. Vattenfall beroept zich op artikel 5:21 lid 2 BW; het gebruik van de ruimte boven iemand anders zijn grond is toegestaan indien dit zo hoog is dat de eigenaar geen belang heeft zich daartegen te verzetten.

    Oordeel gerechtshof: exclusieve gebruiksbevoegdheid eigenaar

    Een eigenaar van grond is bevoegd deze te gebruiken ook voor wat betreft de ruimte boven of onder de oppervlakte (artikel 5:21 lid 1 BW).

    Peters heeft in deze wel degelijk belang zich te verzetten tegen de kosten van de windturbine op die positie. Immers, de hinder door de overdraai ziet op slagschaduw, waardoor producten onder en nabij de rotorbladeren minder licht krijgen. Ook zal de regen die tegen de rotorbladen slaat voor een natter perceel zorgen, met minder oogst tot gevolg.

    Belangenafweging tussen grondeigenaar en Vattenfall

    De hinder en financiële nadelen van Peters wegen zwaarder dan het belang van Vattenfall bij realisatie van de windturbine. In ieder geval is niet een zwaarwegend maatschappelijk belang in de zin van artikel 6:168 lid 1 BW aannemelijk gemaakt.

    Bovendien wordt Vattenfall aangerekend dat zij zichzelf in deze positie heeft gebracht door afgelopen jaren onvoldoende te trachten overeenstemming met grondeigenaren te verkrijgen of een gedoogplichtprocedure te starten. Vattenfall wist immers in een vroeg stadium al dat Peters niet zou meewerken aan de realisatie van de betreffende windturbine bij De Vries op het perceel.

    Publiekrechtelijke toestemming ≠ rechtvaardiging inbreuk

    Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat het feit dat publiekrechtelijk het plaatsen van de windturbine is toegestaan op de gewenste locatie, geen rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op een eigendomsrecht oplevert. Daarvoor is toestemming van de grondeigenaar nodig of het opleggen van een gedoogplicht. Een grondeigenaar kan niet zomaar de met waarborgen omklede rechtsgang van de gedoogplichtprocedure worden ontzegd.

    Is er geen overeenstemming, dan is de gedoogprocedure de aangewezen route. Voorwaarde is dat de belangen niet zodanig door het net worden geschaad dat onteigening nodig is. De grondslag van de gedoogplichten is te vinden in de Belemmeringenwet Privaatrecht, de Waterwet, de Elektriciteitswet of de Telecommunicatiewet, afhankelijk van het type werk dat moet worden uitgevoerd.

    Lessen voor de praktijk

    Eigendom is een veelomvattend recht om met uw eigendom te doen en te laten wat je wilt. Als ontwikkelaar van duurzame energieprojecten is het van belang in een vroeg stadium het gesprek aan te gaan met grondeigenaren die geconfronteerd (kunnen) worden met een duurzaam energieproject. Wat is er in goed overleg met deze grondeigenaar af te spreken?

    Komen partijen er niet uit, dan kan een ontwikkelaar altijd nog de gedoogplichtprocedure inzetten. In het geval van openbare netten en openbare werken, waarvan de aanleg algemeen nu betreft kan tegen onwelwillende grondeigenaren (en anderszins gerechtigden) een gedoogplichtprocedure worden gevoerd.

    Uit het arrest van het Gerechtshof Amsterdam volgt dat een partij het niet te lang op zijn beloop moet laten. Dit kan namelijk in je nadeel worden uitgelegd, waardoor onnodige vertraging wordt opgelopen en mogelijk schade wordt geleden.

    Heb je vragen over de ontwikkeling van duurzame energieprojecten, neem dan contact op met mij.