Verjaring

    Overheden krijgen regelmatig te maken met burgers die grond van de overheid in gebruik hebben zonder dat ze daarvan de eigenaar zijn, die niet van plan zijn om het gebruik van die grond te beëindigen en die zich beroepen op verjaring. Wanneer is er sprake van verjaring? Wat kan en mag een overheid in zo’n situatie doen? Voor onze specialisten is dit gesneden koek.

    Advies

    Er zijn twee mogelijkheden waarop iemand door verjaring eigenaar kan worden van een onroerende zaak: door verkrijgende verjaring en door bevrijdende verjaring. In beide gevallen krijgt de gebruiker het eigendom van de betreffende grond. Het grootste verschil tussen beide mogelijkheden is dat voor verkrijgende verjaring bezit te goeder trouw vereist is. Wanneer sprake is van goeder trouw, dan geldt een verjaringstermijn van tien jaar. Voor een beroep op bevrijdende verjaring is goeder trouw niet vereist. In dat geval geldt een verjaringstermijn van twintig jaar. Onze specialisten kunnen u adviseren of het beroep op verjaring van de burger opgaat. Als het beroep op verjaring niet opgaat, kunnen onze specialisten de burger sommeren om de grond te ontruimen.

    Civiele procedure en bestuursdwang

    Wanneer een burger niet vrijwillig tot ontruiming van de grond overgaat, zal een civiele procedure gestart moeten worden. Voor onze specialisten is het voeren van een dergelijke procedure gesneden koek. In sommige gevallen kan de overheid tot ontruiming overgaan door bestuursdwang toe te passen. Ook op dit punt kunnen onze specialisten u adviseren.

    Meer weten?

    Neem gerust contact op met onze specialisten. Zij staan u graag te woord.