Bekendmaking onteigeningsbeschikking; schending vormvoorschriften kan onder omstandigheden worden gepasseerd

De bestuursrechter voert in de bekrachtigingsprocedure van een onteigeningsbeschikking een ambtshalve basistoets uit. Dit volgt uit artikel 16.107 van de Omgevingswet (Ow). Daarin wordt ook beoordeeld of de onteigeningsbeschikking volgens de wettelijke vormvoorschriften is voorbereid. Twee recente uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) hierover zijn voor de onteigeningspraktijk het bespreken waard:
Toezending aan alle belanghebbenden
De rechtbank Midden-Nederland gaat in de uitspraak van 3 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3996, in op de voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 16.33b Ow is bij een onteigeningsbeschikking de voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Zowel de ontwerp-onteigeningsbeschikking als de definitieve onteigeningsbeschikking moeten op grond van respectievelijk artikel 3:13 Awb en artikel 3:41 Awb aan de belanghebbenden worden toegezonden.
In deze zaak waren de (ontwerp)onteigeningsbeschikkingen wel aan de eigenaren toegezonden, maar niet aan alle zakelijk gerechtigden. Volgens het bestuursorgaan werden namelijk niet alle zakelijke rechten door de onteigening geraakt. De rechtbank oordeelt ambtshalve dat het bestuursorgaan hiermee niet aan de wettelijke vormvoorschriften heeft voldaan.
Voor de toezending moet namelijk een praktische benadering worden gehanteerd volgens de rechtbank. Het bestuursorgaan moet de (ontwerp)onteigeningsbeschikking simpelweg toezenden aan álle belanghebbenden, waaronder ook aan de zakelijk gerechtigden op een perceel dat (deels) wordt onteigend. Het is niet gewenst dat het bestuursorgaan per geval zelf beoordeelt of een zakelijk recht, op een perceel dat (deels) wordt onteigend, daadwerkelijk zal worden geraakt door de onteigening. De zakelijk gerechtigde moet zelf kunnen bepalen of zijn belangen worden geraakt en of hij een zienswijze of bedenkingen wil indienen.
De beschikkingen in deze zaak waren dus niet volgens de wettelijke vormvoorschriften voorbereid. Dit stond bekrachtiging echter niet in de weg. Op grond van artikel 16.113 lid 1 Ow is artikel 6:22 Awb namelijk van toepassing. Omdat de zakelijk gerechtigden niet waren benadeeld heeft de rechtbank het gebrek gepasseerd.
Verwervingslogboek hoeft niet ter inzage te worden gelegd
In de uitspraak van de ABRvS van 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3948, was het verwervingslogboek niet met de ontwerp-onteigeningsbeschikking ter inzage gelegd. De Afdeling oordeelt dat artikel 7.6 van het Omgevingsbesluit (waarin staat opgesomd welke stukken met de onteigeningsbeschikking ter inzage moeten worden gelegd) hiertoe echter geen verplichting bevat, en ook op artikel 3:11 Awb kan volgens de Afdeling niet de verplichting worden gebaseerd om het logboek als op het te nemen besluit betrekking hebbend stuk ter inzage te moeten leggen.
De rechtbank heeft daarom volgens de Afdeling ten onrechte geoordeeld dat de onteigeningsbeschikking op dit punt niet volgens de wettelijke voorschriften was voorbereid. De Afdeling benadrukt daarnaast voor de rechtspraktijk nog wel dat artikel 16.107 Ow niet uitsluit dat een voorbereidingsgebrek in de bekrachtigingsprocedure met toepassing van artikel 6:22 Awb (zoals in de hiervoor besproken uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland was gebeurd) kan worden gepasseerd, mits aan de voorwaarden daarvan is voldaan.
Tot slot
Met de hiervoor besproken uitspraken wordt meer duidelijkheid gegeven over de invulling van de ambtshalve basistoets en de voorbereiding van de onteigeningsbeschikking. Duidelijk is dat artikel 6:22 Awb van toepassing is op de bekrachtigingsprocedure. Daarnaast heeft de Afdeling duidelijk gemaakt dat het verwervingslogboek niet ter inzage hoeft te worden gelegd met de ontwerp-onteigeningsbeschikking.
Voor meer informatie of vragen over de onteigeningsprocedure; neem contact op met Rein Lubbers of Chantal van Mil.
Stel je vragen aan onze specialisten
“Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon.”






