• Home |
  • Kennis |
  • Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid: wanneer is een bestuurder aansp…

Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid: wanneer is een bestuurder aansprakelijk voor belastingschulden?

Afbeelding voor Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid: wanneer is een bestuurder aansprakelijk voor belastingschulden?

Een bestuurder kan onder omstandigheden naast de vennootschap persoonlijk aansprakelijk zijn tegenover de Belastingdienst voor onbetaalde belastingen. Deze zogenoemde fiscale bestuurdersaansprakelijkheid kan ingrijpende gevolgen hebben.

In deze blog leggen we uit wat fiscale bestuurdersaansprakelijkheid inhoudt, wanneer de Belastingdienst een bestuurder persoonlijk kan aanspreken en hoe je als bestuurder het risico hierop kunt beperken.

Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid

Op grond van artikel 36 Invorderingswet 1990 kan de Belastingdienst een bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor onbetaalde loonbelasting, omzetbelasting, vennootschapsbelasting of accijnzen.

Dat kan als het niet betalen van deze betalingen het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Wanneer is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur?

Er is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur wanneer geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo zou hebben gehandeld. Het gaat om handelen dat als onverantwoord, onbezonnen of roekeloos wordt aangemerkt.  

Enkele voorbeelden hiervan zijn: het bewust niet afdragen van belastingen, het ontbreken van een behoorlijke administratie of het onttrekken van gelden aan de onderneming terwijl duidelijk is dat de Belastingdienst onbetaald zal blijven.

Risicobeperking door melding betalingsonmacht

Een belangrijk middel om persoonlijke aansprakelijkheid te voorkomen is de melding betalingsonmacht.

Wanneer blijkt dat de vennootschap haar belastingen niet tijdig kan voldoen, moet het bestuur dit binnen twee weken na de vervaldatum van de verschuldigde belastingen melden bij de Belastingdienst. Elke bestuurder is afzonderlijk bevoegd én verplicht om de melding te doen en op verzoek aanvullende informatie te verstrekken.

Deze melding is van groot belang voor de bewijspositie van de bestuurder.

Gevolgen tijdige melding

Is de betalingsonmacht tijdig gemeld, dan ligt de bewijslast bij de Belastingdienst. De Belastingdienst moet dan aantonen dat het niet-betalen van de belastingen het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren voorafgaand aan de melding.

Gevolgen niet-tijdige melding

Wordt de betalingsonmacht niet, niet tijdig of op onjuiste wijze gemeld, dan komt de bestuurder in een nadelige bewijspositie te verkeren. Op grond van de wet wordt dan vermoed dat het niet-betalen van de belastingen is veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur.

De bestuurder kan dit vermoeden enkel weerleggen door aan te tonen dat:

  1. hem geen verwijt treft van het niet tijdig melden (verwijtbaarheidstoets); én
  2. geen sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur (disculpatie).

In de praktijk blijkt vooral de eerste stap lastig. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het niet voldoen aan de meldplicht vrijwel altijd verwijtbaar is, behalve in uitzonderlijke gevallen zoals ernstige ziekte of een ongeval. Lukt het niet om de verwijtbaarheid te weerleggen, dan komt de bestuurder niet toe aan de tweede stap (disculpatie).

Voor bestuurders die al zijn afgetreden op het moment dat de meldplicht ontstaat, geldt de verwijtbaarheidstoets niet. Zij moeten wel kunnen aantonen dat geen sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode waarin de schuld is ontstaan.

Rechtspraak: één gemiste melding met grote gevolgen

In zijn arrest van 11 juli 2025 bevestigde de Hoge Raad de strenge lijn bij het niet tijdig melden van betalingsonmacht. In deze zaak ging het om een indirect bestuurder van een vennootschap die in 2017 haar belangrijkste opdrachtgever verloor en daardoor in financiële problemen raakte. In maart 2019 werd de vennootschap verkocht en trad de bestuurder af, met de afspraak dat de koper alle toekomstige verplichtingen op zich zou nemen. De vennootschap ging een jaar later failliet en de Belastingdienst stelde de (voormalig) indirect bestuurder aansprakelijk voor de openstaande loon- en omzetbelastingschulden.

Voor de belastingschulden ná zijn aftreden slaagde hij erin aannemelijk te maken dat geen sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Voor de belastingschulden die tijdens zijn bestuursperiode waren ontstaan had hij echter geen melding betalingsonmacht gedaan. Omdat hij niet kon aantonen dat hem daarvan geen verwijt trof, kwam hij niet toe aan de tweede stap (disculpatie). De aansprakelijkstelling bleef daarom voor dat deel (€ 92.394) in stand, ook al was mogelijk geen sprake van onbehoorlijk bestuur.

Deze uitspraak laat zien hoe één gemiste melding het verschil kan maken tussen wél of géén persoonlijke aansprakelijkheid.

Wie is aansprakelijk?

De fiscale bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor alle bestuurders gezamenlijk. De Belastingdienst kan elke bestuurder aanspreken voor het volledige bedrag van de belastingschuld, ongeacht de interne taakverdeling.

Conclusie

Voorzie je als bestuurder dat de vennootschap haar belastingschulden niet tijdig kan voldoen? Doe dan tijdig een melding betalingsonmacht bij de Belastingdienst. Dit kan persoonlijke aansprakelijkheid voorkomen voor de onbetaalde belastingen. Is echter sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur, dan kun je als bestuurder– ondanks een tijdige melding betalingsonmacht – alsnog aansprakelijk worden gehouden.

Meer weten over fiscale bestuurdersaansprakelijkheid of betalingsonmacht? Neem dan gerust contact op met mij of een van mijn collega’s.

Stel je vragen aan onze specialisten

“Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon.”
Afbeelding voor Stel je vragen aan onze specialisten

Blogreeks ‘Bestuurdersaansprakelijkheid’

Deze blog is onderdeel van een reeks die wordt geschreven door verschillende advocaten uit het Ondernemingsrecht waarin de volgende onderwerpen aan bod komen: