Hoge Raad over toelaatbaarheid integrale controles

Afbeelding voor Hoge Raad over toelaatbaarheid integrale controles

De Hoge Raad wees op 7 juli 2026 een voor de bestuursrechtelijke handhavingspraktijk, met name als het gaat om de aanpak van ondermijning, een belangrijk arrest over integrale controles.

Casus

Naar aanleiding van bij de gemeente binnengekomen “ondermijningssignalen” werd op acht adressen een integrale controle uitgevoerd door o.a. een toezichthouder Bouwtoezicht en de politie. In één van de panden werden grondstoffen voor drugs aangetroffen.

Standpunt verdediging

Volgens de verdediging was sprake van onrechtmatig overheidsoptreden omdat van meet af aan sprake zou zijn van strafrechtelijk optreden. Het bestuursrechtelijk optreden van de toezichthouder zou zijn gebruikt voor strafrechtelijke doelen.

Procesverloop

De rechtbank Gelderland volgde de verdediging en besloot tot bewijsuitsluiting. In beroep vond het hof Arnhem-Leeuwarden dat het optreden rechtmatig was. Ook advocaat-generaal Paridaens concludeerde op 12 mei 2026 (ECLI:NL:PHR:2026:482) dat geen sprake was van onrechtmatig overheidsoptreden.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof, dat in de kern hierop neerkomt:

  1. De toezichthouder heeft zijn bevoegdheden rechtmatig ingezet ter controle van het pandgebruik i.r.t. het bestemmingsplan. Het hof ziet geen aanwijzing dat er ongeoorloofde bijbedoelingen waren. Het is volgens het hof een legitiem belang van de gemeente dat panden conform bestemmingsplan worden gebruikt.
  2. Dat een gerede kans bestaat dat bij controles van bedrijfspanden hennepkwekerijen met illegale stroomaftap worden geconstateerd, doet daaraan niet af. Ook bestrijding van illegale en brandgevaarlijke situaties is een legitiem gemeentebelang. Er was in dit geval niet van meet af aan sprake van een verdenking van een strafbaar feit jegens een specifieke verdachte en dus geen sprake van opsporing.
  3. Het samenwerken bij integrale controles met o.a. de politie is legitiem (o.a. omdat artikel 5:15 Awb daarin voorziet), maar betrokkenheid van de politie moet wel evenredig zijn.
  4. Het optreden van de politie, die tegelijk met de toezichthouder het pand betrad, levert een vormverzuim op, maar dat heeft geen invloed gehad op het verloop van het opsporingsonderzoek of de vervolging van de verdachte. Het rechtmatig optreden van de toezichthouder leidde tot het vermoeden van een strafbaar feit. Was de politieagent niet meteen binnengetreden, dan was dat na enkele momenten na het gerezen vermoeden gebeurd en was het resultaat hetzelfde geweest.

In het oordeel ligt besloten dat de bestuurlijke bevoegdheidsuitoefening in casu niet in strijd is met artikel 1:6 Awb, op grond waarvan delen van de Awb niet van toepassing zijn op opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Lessen voor de praktijk

Integrale controles met betrokkenheid van de politie zijn toegestaan mits:

  • Toezichtsbevoegdheden voor een legitiem doel worden ingezet en niet stiekem voor opsporingsdoeleinden (n.a.v. een concrete verdenking);
  • De politie-inzet evenredig is gelet op het doel en de context van de integrale controle;

Eventuele vormverzuimen leiden niet snel tot bewijsuitsluiting, mits niet ernstig en niet voor de verdachte van negatieve invloed op het opsporingsonderzoek of de vervolging.

Lees het hele arrest hier

Stel je vragen aan onze specialisten

“Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon.”
Afbeelding voor Stel je vragen aan onze specialisten