Kringloopcontainers en afvalinzameling: wat is voortgezet gebruik?

De laatste jaren wordt steeds meer gebruik gemaakt van innamelocaties om materialen een tweede leven te geven. Zo zijn speciale kringloopcontainers tegenwoordig vaker te vinden bij een milieustraat, waar meubels en kleding kunnen worden ingeleverd. In dit kader worden wij geregeld gevraagd om te adviseren over de juridische status van de op deze wijze ingezamelde materialen.
Dit verdient terecht aandacht, omdat het afvalstoffenrecht al snel om de hoek kan komen kijken. En dat kan weer bepaalde administratieve verplichtingen met zich brengen, zoals bijvoorbeeld een vergunningplicht voor het verwerken van afvalstoffen.
Dat een deugdelijke inrichting van een afgiftepunt voor de inzameling van materialen voor voortgezet gebruik van belang is, wordt bevestigd in de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) van 1 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4665). Dit licht ik in deze blog toe.
Handhavingskwestie naar aanleiding van kledinginzameling
De zaak bij de Afdeling gaat over een handhavingskwestie naar aanleiding van kledinginzameling door het plaatsen van kledingcontainers op verschillende locaties, zoals bij scholen. Volgens het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: ‘burgemeester en wethouders’) wordt hiermee in strijd gehandeld met het in de Afvalstoffenverordening vastgelegde inzamelverbod op huishoudelijke afvalstoffen (zie artikel 6 van de ‘Afvalstoffenverordening 2010’ van de gemeente Den Haag).
De kernvraag die de Afdeling in deze uitspraak beantwoordt, is of de ingezamelde kleding een afvalstof is. Volgens de betrokken stichting is dat niet het geval en heeft zij (dus) geen overtreding van de Afvalstoffenverordening begaan. Voor een goed begrip van de uitspraak is het van belang te bezien wanneer sprake is van een afvalstof.
Wanneer is sprake van een afvalstof?
In artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer is het begrip ‘afvalstof’ als volgt gedefinieerd:
“alle stoffen, mengsels of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”
Met deze definitie wordt aangesloten bij artikel 3 van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Dit begrip moet ruim worden uitgelegd. Of een stof, mengsel of een voorwerp daadwerkelijk als een afvalstof kwalificeert, hangt af van het gedrag van de houder hiervan.
Het gaat bij (de kwalificatie van) afvalstoffen om twee criteria:
- er is sprake van een stof, mengsel of voorwerp en;
- de houder gaat, wilt of moet zich daarvan ontdoen.
Of een materiaal als afvalstof wordt gezien, hangt dus vooral af van wat de houder ermee doet of wil doen. De intentie van de houder speelt dus een grote rol. Heeft het materiaal voor de houder nog nut, of is het vooral een last waar de houder van af wil? Zodra het materiaal namelijk geen waarde meer heeft voor de houder, ligt het risico op de loer dat de houder zich hiervan ontdoet op een manier die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Denk bijvoorbeeld aan het onbeheerd achterlaten in de natuur of het ongecontroleerd lozen of verwijderen ervan. En om dat te voorkomen, bestaan er regels over welke handelingen mogen worden verricht met afvalstoffen. Die regels zorgen er bijvoorbeeld voor dat materialen veilig worden verwerkt.
Is in deze kwestie sprake van ingezamelde afvalstoffen?
Op de website van de stichting staat dat de ingezamelde kleding wordt gescheiden in bruikbare en niet bruikbare kleding en dat de kleding die niet kan worden gedoneerd en niet verkoopbaar blijkt te zijn, wordt gerecycled. Op de zitting heeft de stichting deze werkwijze bevestigd en heeft zij aangegeven dat een klein deel van de ingezamelde kleding niet bruikbaar is en wordt overgedragen aan een erkend recyclingbedrijf. De Afdeling overweegt dat bij het recyclen van kleding geen sprake is van hergebruik zonder bewerking, waarbij het zeker is dat de kleding op een vergelijkbare manier kan worden hergebruikt. Volgens de Afdeling is het aannemelijk dat een deel van de ingezamelde kleding een last is waarvan mensen zich ontdoen. En in dat geval wordt deze kleding aangemerkt als afvalstof.
Gelet op deze omstandigheden oordeelt de Afdeling dat burgemeester en wethouders terecht hebben geconcludeerd dat de stichting het inzamelverbod op huishoudelijke afvalstoffen heeft overtreden. Dat volgens de stichting slechts een klein deel van de ingezamelde kleding wordt gerecycled omdat deze ongeschikt is om te doneren, doet daar volgens de Afdeling niet aan af. Ook in dat geval is er namelijk sprake van de inzameling van afvalstoffen.
Wanneer is sprake van voortgezet gebruik?
Deze uitspraak betekent niet dat bij kledinginzameling altijd sprake is van de inzameling van afvalstoffen. Zoals de Afdeling terecht oordeelt, moet worden onderzocht of de ingezamelde materialen kunnen worden aangemerkt als tweedehands goederen die zonder voorafgaande bewerking zeker op een vergelijkbare wijze worden hergebruikt. Als dat zo is, dan wordt over het algemeen gesproken van voortgezet gebruik, mits het voortgezet gebruik ook zeker, rechtmatig en voldoende hoogwaardig is. In zo’n situatie is geen sprake van het zich ontdoen van afvalstoffen.
Een illustratief voorbeeld van voortgezet gebruik biedt de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:543) over de zogenoemde huiskamerinzameling. In deze uitspraak kent de Afdeling betekenis toe aan de wijze waarop de kleding en het schoeisel wordt ingezameld. Direct bij inname bij het afgiftepunt wordt gecontroleerd of hergebruik volgens de oorspronkelijk bestemming mogelijk is; niet herdraagbare kleding en schoeisel wordt niet geaccepteerd. De Afdeling oordeelt in dit geval dat geen sprake is van de inzameling van afvalstoffen:
“4.4. Uit het verzoek om aanwijzing en de toelichting van partijen ter zitting blijkt het volgende. De inzameling geschiedt bij scholen en verenigingen. Daartoe wordt een brochure verspreid waarin staat welke goederen wél en welke goederen niet kunnen worden afgegeven. Zo wordt bewerkstelligd dat alleen schone, herdraagbare kleding en schoeisel worden aangeboden. Particulieren, veelal gerelateerd aan de desbetreffende school of vereniging, brengen de kleding en schoeisel tijdens de openingstijden naar het afgiftepunt in het school- of verenigingsgebouw. Zij geven de goederen af, veelal vanuit een affectieve gedachte en met het oogmerk dat deze worden hergebruikt. Dit wijst erop dat geen sprake is van een last, waarvan de betrokkene zich ontdoet of moet ontdoen. Het afgiftepunt (of een balie) wordt bemand door vrijwilligers, die de aangeboden goederen onmiddellijk inspecteren; niet herdraagbare kleding en schoeisel worden niet geaccepteerd. De geaccepteerde kleding en schoeisel worden in een container vervoerd naar een centraal inzamelpunt, van waaruit deze verder worden gedistribueerd naar kledingbanken, tweedehands winkels en kringloopwinkels. Daar worden de goederen aangeboden voor hergebruik. In zoverre kan worden geconcludeerd dat de ingezamelde kleding en schoeisel zonder voorafgaande bewerking zeker en op een vergelijkbare wijze worden hergebruikt.”
Vragen?
De Afdelingsuitspraak van 1 oktober 2025 bevestigt het belang van een deugdelijke inrichting van een afgiftepunt voor de inzameling van materialen voor voortgezet gebruik. Heb je hierover vragen? Neem dan contact op met Yasemin Demirci.
Stel je vragen aan onze specialisten
“Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon.”






