• Home |
  • Kennis |
  • Lopende overeenkomsten en faillissement: wat als een contractspartij …

Lopende overeenkomsten en faillissement: wat als een contractspartij haar verplichtingen niet nakomt?

Afbeelding voor Lopende overeenkomsten en faillissement: wat als een contractspartij haar verplichtingen niet nakomt?

Een contractspartij verkeert in financiële moeilijkheden en een faillissement dreigt. Die situatie heeft vrijwel altijd gevolgen voor lopende wederkerige overeenkomsten: afspraken waarbij beide partijen verplichtingen tegenover elkaar hebben. Denk aan een koopovereenkomst, waarbij de verkoper moet leveren en de koper moet betalen.

Want als de contractspartij niet meer (volledig) kan nakomen, roept dat bij schuldeisers meteen vragen op. Wat kun je doen om betaling af te dwingen? Moet je zelf nog wel aan jouw verplichtingen voldoen als de ander waarschijnlijk niet meer nakomt? Kun je de overeenkomst beëindigen? En wat gebeurt er als de contractspartij uiteindelijk failliet gaat?

De wet biedt schuldeisers verschillende mogelijkheden om hun positie te beschermen, zowel vóór als tijdens een faillissement. In deze blog bespreken wij de belangrijkste aandachtspunten.

Opschorting als pressiemiddel

Naarmate de financiële problemen toenemen, neemt ook het risico toe dat openstaande facturen uiteindelijk onbetaald blijven. Juist daarom is het belangrijk om tijdig in te grijpen.
De schuldeiser kan bij (dreigende) wanprestatie door zijn contractspartij vaak zijn eigen prestaties tijdelijk opschorten. Opschorting is in de eerste plaats een pressiemiddel om bijvoorbeeld betaling af te dwingen. Een wederpartij die afhankelijk is van verdere leveringen of werkzaamheden is vaak bereid om alsnog te betalen wanneer de uitvoering van de overeenkomst anders stilvalt.

Ontbinden van de overeenkomst

Naast opschorting kan ook (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst een mogelijkheid zijn. Hierdoor wordt de overeenkomst beëindigd, en hoeven partijen niet meer te presteren. Met ‘presteren’ bedoelen we het nakomen van de verplichtingen uit de overeenkomst. Hebben partijen al (gedeeltelijk) gepresteerd? Dan moeten deze prestaties in beginsel ongedaan worden gemaakt. Er ontstaan dan zogenaamde “ongedaanmakingsverbintenissen”.

De wet stelt voorwaarden aan zowel opschorting als ontbinding. Of een beroep daarop mogelijk is, hangt mede af van de inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval.

Goed om te weten: ook tijdens een faillissement kan een schuldeiser onder omstandigheden een beroep doen op opschorting of ontbinding.

Faillissement niet automatisch einde van de overeenkomst

Op het moment dat een contractspartij failliet wordt verklaard, eindigt de overeenkomst niet automatisch. Het uitgangspunt van de Faillissementswet is dat wederkerige overeenkomsten blijven bestaan, ook nadat een van de partijen failliet is verklaard.
Beide partijen blijven in beginsel verplicht om hun afspraken na te komen. Dat betekent echter niet dat de curator de overeenkomst ook gaat nakomen. De curator kan ervoor kiezen om de verplichtingen uit de overeenkomst niet na te komen.
Welke gevolgen het faillissement heeft, hangt vooral af van de vraag welke verplichtingen partijen op het moment van faillissement al zijn nagekomen. Er zijn grofweg drie situaties:

1. De schuldeiser heeft al volledig gepresteerd

De schuldeiser is zijn verplichtingen al volledig nagekomen. De goederen zijn geleverd of de werkzaamheden zijn uitgevoerd, maar betaling door de failliete wederpartij heeft nog niet plaatsgevonden

Voor schuldeisers is dit vaak een vervelend scenario. Openstaande facturen leveren in het faillissement meestal slechts een concurrente vordering op. Dit betekent dat de schuldeiser geen voorrangspositie heeft in het faillissement. De kans is dan klein dat de vordering volledig wordt voldaan.

2. De failliete wederpartij heeft al volledig gepresteerd

Het omgekeerde kan ook voorkomen. De failliete onderneming is haar verplichtingen volledig nagekomen, terwijl de wederpartij zijn verplichtingen uit de overeenkomst nog moet nakomen.
 
Denk bijvoorbeeld aan een partij die goederen van de failliete onderneming heeft ontvangen, maar de koopprijs nog niet volledig heeft betaald. In dat geval kan de curator betaling van de koopprijs verlangen.

3. Beide partijen moeten nog presteren

Deze situatie is in de praktijk het meest van belang. Het gaat hierbij om overeenkomsten waarbij beide partijen hun verplichtingen uit de overeenkomst nog niet volledig zijn nagekomen.
 
Dit speelt met name bij duurovereenkomsten. Denk bijvoorbeeld aan onderhoudsovereenkomsten, softwarelicenties, aannemingsovereenkomsten en andere overeenkomsten waarbij partijen gedurende langere tijd prestaties aan elkaar verschuldigd zijn.
 
Juist in deze situatie ontstaat onzekerheid. Moeten werkzaamheden worden voortgezet? Moeten goederen nog worden geleverd? En bestaat er voldoende zekerheid dat toekomstige facturen worden betaald? Voor deze situatie bevat artikel 37 Faillissementswet een bijzondere regeling. Deze regeling lichten wij hieronder toe.

Verzoek tot gestanddoening van de overeenkomst

Wanneer beide partijen hun verplichtingen nog niet volledig zijn nagekomen, kan de schuldeiser de curator verzoeken om binnen een redelijke termijn te laten weten of hij de overeenkomst gaat nakomen (artikel 37 Faillissementswet). Dit wordt een verzoek tot gestanddoening genoemd.
De curator heeft vervolgens twee opties:

  1. De curator doet de overeenkomst gestand
    Dit betekent dat de curator de overeenkomst nakomt. De curator kiest hiervoor als dat voor de faillissementsboedel voordelig is.
     
    Verklaart de curator zich bereid om de overeenkomst gestand te doen, dan moet hij bij zijn verklaring zekerheid stellen voor de nakoming van de verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien.
     
    De schuldeiser krijgt hierdoor duidelijkheid en zekerheid over de (betaling van) prestaties uit de overeenkomst.
  2. De curator doet de overeenkomst niet gestand
    Als de curator zich niet, of niet tijdig, bereid verklaart om de overeenkomst na te komen, verliest hij het recht om nakoming van de overeenkomst te verlangen. De curator kan een leverancier dan bijvoorbeeld niet verplichten om verder te leveren als daar nog een betaling van de failliete contractspartij tegenover staat.
     
    De schuldeiser kan de overeenkomst vervolgens (gedeeltelijk) ontbinden en/of schadevergoeding vorderen. Een vordering uit hoofde van ontbinding of schadevergoeding kan vervolgens als concurrente vordering in het faillissement worden ingediend (artikel 37a Faillissementswet).
     
    Heeft de failliete contractspartij vóór het faillissement al een prestatie verricht waarvoor de wederpartij nog moet betalen? Dan ligt dit anders. De curator kan die betaling nog steeds verlangen.

Let op: uitzonderingen voor specifieke overeenkomsten

De hiervoor beschreven regeling is de algemene regeling voor wederkerige overeenkomsten. Voor bepaalde typen overeenkomsten gelden andere regels, zoals voor huurovereenkomsten (artikel 39 Faillissementswet) en arbeidsovereenkomsten (artikel 40 Faillissementswet).

Conclusie

Een faillissement betekent niet automatisch het einde van een overeenkomst. Juist bij overeenkomsten die nog niet volledig zijn uitgevoerd, is het belangrijk om tijdig te beoordelen welke rechten bestaan en welke mogelijkheden de overeenkomst biedt.

Heb je te maken met een contractspartij die failliet dreigt te gaan of al failliet is gegaan terwijl een overeenkomst nog loopt? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag mee over de mogelijkheden om jouw positie als schuldeiser te versterken.

Stel je vragen aan onze specialisten

“Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon.”
Afbeelding voor Stel je vragen aan onze specialisten

Deze blog is onderdeel van een blogreeks die wordt geschreven door advocaten insolventierecht uit Nijmegen: Christiaan DonnersLaurens SjoertsMaarten WinkelsIra Koumans en Ellen Willemsen.

Onder andere de volgende onderwerpen aan bod:

  • Lopende overeenkomsten en (dreigend) faillissement: wat als een contractspartij haar verplichtingen niet nakomt?
  • De sterke positie van de verhuurder bij (dreigend) faillissement van de huurder
  • Hoe beschermen het eigendomsvoorbehoud en het recht van reclame leveranciers?
  • Zekerheid bij onbetaalde facturen: hypotheek- en pandrecht uitgelegd
  • Persoonlijke zekerheid: borgstelling en bankgaranties
  • De faillissementspauliana
  • Zekerheid door beslag
  • Verrekening in en rondom faillissement
  • Praktische tips