Verspeelt een onwaardige echtgenoot zijn rechten op de helft van de gemeenschap?

Wanneer is er onwaardigheid om te erven?
Er is steeds vaker sprake van huiselijk geweld tussen echtgenoten dat helaas regelmatig leidt tot de dood van een echtgenoot. De echtgenoot die onherroepelijk wordt veroordeeld voor de dood van de andere echtgenoot, is volgens het erfrecht (artikel 4:3 BW) onwaardig om te erven van de gedode echtgenoot.
De gedachte is dat de dader geen voordeel mag hebben van de dood van zijn/haar echtgenoot als hij/zij die zelf heeft veroorzaakt. Dat voelt voor de meeste mensen als een rechtvaardige uitkomst.
Leidt onwaardigheid tot verlies van de aanspraken op het huwelijkse vermogen?
Nee, dat is niet het geval. De rechten op de helft van de gemeenschap van goederen of de aanspraken die volgen uit huwelijkse voorwaarden, vervallen niet automatisch als die echtgenoot onwaardig is om te erven.
Hierna leg ik aan de hand van een voorbeeld uit hoe het zit.
Voorbeeld
Hans en Petra zijn al 10 jaar in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben geen kinderen. Er is een eigen huis met een overwaarde van € 400.000 en spaargeld van € 100.000 dat ze samen hebben opgebouwd. Ze hebben allebei een testament waarin ze elkaar hebben benoemd tot erfgenaam.
Petra en Hans hebben veel ruzies. Petra denkt aan een echtscheiding. Op een avond escaleert een ruzie en duwt Hans Petra van de trap waardoor zij ongelukkig valt en overlijdt. Hans wordt onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar. De ouders van Petra leven nog. Die vinden het verschrikkelijk wat er is gebeurd en willen dat Hans niets krijgt. Lukt dat?
Wat is het juridische gevolg van het overlijden van Petra?
Door het overlijden van Petra eindigt de gemeenschap van goederen en treedt haar testament in werking. De nalatenschap van Petra bestaat uit de helft van de gemeenschap van goederen, in dit voorbeeld € 250.000.
Kan Hans als erfgenaam aanspraak maken op de erfenis van Petra?
Op grond van artikel 4:3 lid 1 sub a BW erft Hans niets van Petra. Hans is in juridische termen onwaardig om van Petra te erven. Uitgangspunt van het erfrecht is namelijk dat Hans geen voordeel mag hebben van zijn strafbare gedrag waardoor Petra is overleden. Dit betekent dat de ouders van Petra haar erfgenaam worden en recht hebben op haar aandeel in de gemeenschap van € 250.000.
Heeft Hans wel recht op zijn helft van de gemeenschap van goederen?
Hans heeft in beginsel wel recht op zijn helft van de gemeenschap van goederen. Er is namelijk geen wettelijke bepaling in het huwelijksvermogensrecht die bepaalt dat Hans vanwege die strafrechtelijke veroordeling ook zijn recht op de helft van de gemeenschap verspeelt. Hans heeft volgens de wet dus recht op zijn € 250.000.
NB: dit geldt ook als sprake is van huwelijkse voorwaarden die recht geven op een verrekening van vermogen.
Onwaardigheid straft Hans in het erfrecht, maar ontneemt hem dus niet automatisch de rechten die voortvloeien uit het huwelijksvermogensrecht.
Wat kunnen de ouders hieraan doen?
Als de ouders van Petra er niet mee kunnen leven dat Hans de helft van de huwelijksgemeenschap krijgt én Hans zijn aandeel niet wil afstaan, kunnen de ouders een procedure starten bij de rechtbank.
Die heeft alleen enige kans van slagen als de ouders voldoende feiten en omstandigheden kunnen aanvoeren waaruit blijkt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Hans zijn helft van de gemeenschap ontvangt.
Uit de jurisprudentie blijkt dat sprake moet zijn van zeer uitzonderlijke feiten en omstandigheden om Hans zijn recht op de helft van de gemeenschap te ontzeggen.
De ouders in dit voorbeeld maken naar mijn inschatting niet veel kans in een procedure tegen Hans. Er was namelijk sprake van een langdurig huwelijk en Hans en Petra hebben vermogen samen opgebouwd.
Dat Hans in een ruzie Petra van de trap heeft geduwd is natuurlijk vreselijk, maar is op zichzelf niet voldoende om hem zijn recht op de helft van de gemeenschap te ontzeggen.
De Wageningse gifmoord: geen recht op de helft van de gemeenschap
In de zaak die bekend staat als de Wageningse gifmoord (ECLI:NL:GHARL:2020:3936, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 200.259.562) heeft de rechter wél geoordeeld dat de echtgenoot/dader geen recht had op de helft van de gemeenschap omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De feiten en omstandigheden waren dan ook heel gruwelijk en uitzonderlijk.
In die zaak heb ik de erfgenamen met succes bijgestaan omdat we, ook met behulp van het strafdossier, konden aantonen dat de echtgenoot/dader:
- het slachtoffer met voorbedachten rade had verleid om met hem in gemeenschap van goederen te trouwen;
- bij aanvang van het huwelijk nauwelijks een rooie cent had, terwijl het slachtsoffer wél vermogend was;
- meteen na het huwelijk grote sommen geld van de bankrekeningen van het slachtoffer is gaan overhevelen naar bankrekeningen op zijn naam in het buitenland;
- na de voltrekking van het huwelijk is begonnen om het slachtoffer langzaam en op martelende wijze te vergiftigen door kleine dosis rattengif in haar eten te vermengen. Het slachtoffer kreeg daardoor onverklaarbare klachten en heeft heel veel pijn geleden. Zij is uiteindelijk aan die klachten overleden.
Zowel de rechtbank als het gerechtshof oordeelden dat deze feiten en omstandigheden dusdanig uitzonderlijk waren, dat het onaanvaardbaar was dat de dader de helft van het huwelijkse vermogen zou krijgen.
Conclusie
Als een echtgenoot onwaardig is om te erven, verliest die echtgenoot niet automatisch het aandeel in het vermogen dat hem/haar volgens de gemeenschap van goederen of huwelijkse voorwaarden toekomt. Alleen als de erfgenamen kunnen aantonen dat sprake is van zeer bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden maken ze in een procedure tegen de onwaardige echtgenoot kans van slagen. Van belang kunnen zijn: de duur van het huwelijk, wie het vermogen heeft opgebouwd en de ernst van de wijze waarop het slachtoffer is gedood.
Als je advies wil over een soortgelijke situatie, neem dan contact met ons op. We helpen je graag.
Stel je vragen aan onze specialisten
“Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon.”






