• Home |
  • Kennis |
  • Vaststelling geldvordering kinderen bij de wettelijke verdeling: enke…

Vaststelling geldvordering kinderen bij de wettelijke verdeling: enkele aandachtspunten

Afbeelding voor Vaststelling geldvordering kinderen bij de wettelijke verdeling: enkele aandachtspunten

De wettelijke verdeling is een rechtsfiguur die vaak terugkomt bij de afwikkeling van nalatenschappen. Het is het versterferfrecht als er geen testament is (en als de erflater een echtgenoot en minimaal één kind achterlaat), maar ook in testamenten komt de wettelijke verdeling vaak terug.

Wat houdt de wettelijke verdeling precies in? Ik leg het aan cliënten vaak uit als volgt: alles gaat naar de langstlevende echtgenoot en de kinderen krijgen een geldvordering op de langstlevende ter grootte van hun erfdeel: een soort tegoedbon. Die tegoedbon kunnen ze in beginsel pas verzilveren als de langstlevende ook is overleden. Mijn collega mr. Marjolein Carmiggelt (kandidaat-notaris) schreef in 2025 ook al een blog over de wettelijke verdeling.

Er zijn rond de wettelijke verdeling talloze (juridische en feitelijke) vraagstukken te bedenken. In deze blog beperk ik mij tot enkele aandachtspunten bij de vaststelling van de geldvordering (“tegoedbon”) van de kinderen.

Hoe groot is de vordering?

Artikel 4:13 lid 3 BW vermeldt dat “ieder van de kinderen, als erfgenaam van rechtswege een vordering ten laste van de echtgenoot verkrijgt, overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel”.

Over het begrip “waarde” in het erfrecht is al veel geschreven, waaronder een proefschrift van prof. mr. dr. Burgerhart. Artikel 4:6 BW bepaalt dat wordt aangesloten bij de waarde van goederen onmiddellijk na het overlijden, maar dit beantwoordt ook niet altijd de vraag wat de waarde nu precies is.

De waarde van het erfdeel is afhankelijk van de waarde van de bezittingen van de nalatenschap, minus de schulden. De wet gaat er in eerste instantie van uit dat de partijen in gezamenlijk overleg tot overeenstemming komen over de waarde van de erfdelen van de kinderen. Zowel de echtgenoot als de kinderen moeten daar verplicht aan meewerken.

Wacht niet met vaststellen van de vorderingen tot overlijden langstlevende

Het gebeurt regelmatig dat de kinderen na het overlijden van hun eerste ouder niet in actie komen, en het op z’n beloop laten. Dat is op zich best begrijpelijk: men zit nog in de rouw, het wordt vergeten of men vindt het allemaal toch maar gedoe.

Toch is het onverstandig om de vaststelling van de vorderingen achterwege te laten:

  1. Als de langstlevende nog vele jaren leeft, wordt het vaak moeilijk om nog precieze informatie per datum overlijden te achterhalen. Bankafschriften worden door banken maar beperkt bewaard (vaak maximaal 5 of 7 jaar).
  2. Als er een aangifte erfbelasting wordt ingediend, dan geeft dat meestal wel een goed beeld van de omvang van de nalatenschap, maar dit betreft een fiscale waardering. Een woning wordt bijvoorbeeld voor de WOZ-waarde vermeld, en niet voor de marktwaarde. Het blijkt in de praktijk vrijwel onmogelijk om een woning met terugwerkende kracht te laten taxeren, zeker als er in de tussentijd bijvoorbeeld nog verbouwingen aan de woning zijn verricht of als de woning na het overlijden van erflater wordt verkocht.
  3. Bij het overlijden van de langstlevende mag in de aangifte erfbelasting met de civiele waarde van vorderingen worden gerekend, die dus meestal hoger is dan de fiscale waarde van de erfdelen in de aangifte erfbelasting van de eerst overleden ouder.
  4. Niemand kan in de toekomst kijken. Een langstlevende kan een nieuwe liefde vinden en hertrouwen. Met het oog op de wilsrechten (als die niet bij testament zijn uitgesloten) is het wel prettig om te weten wat de hoogte van de vorderingen zijn. Zie artikel 4:19 BW en verder.
  5. Ook kan een kind overlijden voordat de vordering opeisbaar wordt. De geldvordering vererft dan aan zijn erfgenamen.
  6. Een kind kan in een echtscheiding verwikkeld raken. Als het kind nog onder het oude stelsel gehuwd was (algehele gemeenschap van goederen) en er geen sprake is van een uitsluitingsclausule ter zake de geldvordering, dan valt deze vordering in de gemeenschap en moet deze bij echtscheiding dus worden verdeeld.

Als de vorderingen (jaren) later niet of niet goed meer vastgesteld kunnen worden, dan komt dit veelal voor risico van de kinderen als schuldeisers van de langstlevende (of diens nalatenschap).

De kantonrechter stelt de vorderingen vast

Wat als de langstlevende en de kinderen niet tot overeenstemming kunnen komen? Dan bepaalt artikel 4:15 lid 1 BW dat de kantonrechter op verzoek van partijen de vorderingen vaststelt. Dat is (dus) een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter, waarbij dus geen verplichte bijstand door een advocaat nodig is. Dat mag natuurlijk wel. In principe moeten wel alle erfgenamen in de procedure worden betrokken. De kantonrechter zal in eerste instantie proberen om de vorderingen zelf vast te stellen, maar kan ook bepalen dat dit ten overstaande van een notaris moet gebeuren.

In de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter, te raadplegen via rechtspraak.nl, staat vermeld waar het verzoekschrift aan moet voldoen. De link verwijst naar de versie van september 2024, die ten tijde van het schrijven van deze blog de meest recente versie was. Overigens zijn in die handleiding voor tal van andere erfrechtprocedures bij de kantonrechter bruikbare handvatten te vinden, en staat per wetsartikel informatie vermeld over de procedure.

Vaststelling is niet goed gegaan: aanpassing mogelijk?

Als de vaststelling tussen de partijen zelf, of door de kantonrechter niet goed is gegaan, dan kan de kantonrechter de vaststelling nog wijzigen als:

  • Een erfgenaam heeft gedwaald over de waarde van de goederen van de nalatenschap of de schulden van de nalatenschap, maar alleen als hij is benadeeld voor meer dan 1/4e deel;
  • Als het saldo van de nalatenschap anderszins onjuist is berekend. Bijvoorbeeld omdat de echtgenoot niet alle bezittingen goed heeft opgegeven;
  • Er is uitgegaan van een onjuist breukdeel.

Let op: wijziging is slechts nog mogelijk uiterlijk drie jaar nadat de vaststelling heeft plaatsgevonden. Artikel 3:200 bepaalt dat de mogelijkheid daartoe namelijk na drie jaar vervalt. Een vervaltermijn is definitief en kan niet gestuit worden. Deze termijn gaat lopen vanaf het moment van vaststelling van de vordering, en niet vanaf het overlijden van de erflater. Daarnaast kan wijziging op basis van de hiervoor genoemde grond onder a. ook niet langer als partijen overeenkomen dat de vaststelling plaatsvindt “naar eigen bate en schade”.

Quasi-wettelijke verdeling

In testamenten wordt nog wel eens een zogeheten quasi-wettelijke verdeling opgenomen. Dat is een rechtsfiguur waarbij de langstlevende de nalatenschap mag (of moet) verdelen als ware er een wettelijke verdeling van toepassing, waarbij de langstlevende dan ook wordt benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder.
 
Je kunt je afvragen of bij de vaststelling van de geldvorderingen bij een quasi-wettelijke verdeling dezelfde route naar de kantonrechter bewandeld kan worden, als men het niet eens wordt. Er zijn weinig uitspraken vindbaar, en daaruit blijkt dat er ook nog geen eenduidig antwoord te vinden is. Rechtbank Rotterdam verklaarde de kinderen op 22 november 2024 niet-ontvankelijk, omdat de langstlevende als afwikkelingsbewindvoerder privatief bevoegd was om de vorderingen vast te stellen. Rechtbank Noord-Holland heeft zich op 10 juli 2026 wel uitgelaten over de hoogte van de geldvorderingen bij de quasi-wettelijke verdeling terwijl er sprake was van een afwikkelingsbewindvoerder, overigens zonder inhoudelijk in te gaan op de vraag of artikel 4:15 BW wel van toepassing was.
 
Kennelijk ligt de werking van artikel 4:15 BW bij de quasi-wettelijke verdeling dus (nog) genuanceerd.
 

Conclusie

Zelfs de wettelijke verdeling die betrekkelijk eenvoudig lijkt, kent aandachtspunten waar je als echtgenoot, kind of als adviseur van één van hen alert op moet zijn. Het belangrijkste advies is om de vorderingen van de kinderen wel na het overlijden van de eerste ouder vast te (laten) stellen. Dat schept voor alle partijen duidelijkheid. Heb je vragen of wil je bijstand of advies rond de wettelijke verdeling? We helpen je graag.