Zakelijk samenwerkingsverband Bibob: Afdeling haalt teugels aan!
Door: Franc Pommer(zie LinkedIn)
In een uitspraak van 22 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:214) oordeelde de Afdeling “out of the blue” dat alleen een huurrelatie niet voldoende was om een zakelijk samenwerkingsverband (zak.sam.) aan te nemen. Ook niet nu die huurrelatie samenging met het overnemen van de inventaris voor een horecazaak. De uitspraak leek “een witte raaf” maar een uitspraak van afgelopen woensdag (27 augustus 2025) lijkt te bevestigen dat de Afdeling heeft beoogd de teugels wat betreft het zak.sam. aan te halen.
Centraal staat een besluit van de burgemeester van Leeuwarden tot weigering van een exploitatievergunning voor een seksinrichting. Reden: wegens een ernstig gevaar heeft de burgemeester eerder de vergunning van “persoon X” ingetrokken. Volgens de burgemeester staat de vergunningaanvrager in een zak.sam. tot persoon X omdat:
– aanvrager van persoon X het pand huurt waarin de inrichting wordt geëxploiteerd;
– persoon X in het pand eerst zelf een seksinrichting exploiteerde;
– aanvrager beheerder was van de seksinrichting van persoon X;
– persoon X als beheerder bij aanvrager wil werken; en
– door de inrichting van aanvrager dezelfde handelsnamen worden gebruikt als eerder door persoon X.
NB. het LBB vindt zelf dat onvoldoende blijkt dat persoon X, los van de huurrelatie, betrokken zal zijn bij de seksinrichting (r.o. 4.1).
De Afdeling is, onder verwijzing naar haar uitspraak van 22 januari 2025, van oordeel dat onvoldoende blijkt van een zak.sam. Aanvrager heeft geen samenwerking met persoon X voor ogen gehad met een zeker duurzaam en structureel karakter en ook in het verleden heeft die samenwerking niet bestaan, aldus de Afdeling. Aanvrager huurt slechts, naar eigen zeggen, het pand van persoon X.
Deze enkele huurrelatie is onvoldoende voor het aannemen van een zak.sam. Datzelfde geldt, net zo min als dat in de januari-uitspraak gold voor het overnemen van de inventaris, voor de overname van de handelsnamen van persoon X, bevestigt de Afdeling.
Dat aanvrager kort was bijgeschreven als beheerder van persoon X had volgens de Afdeling kunnen duiden op een zakelijke relatie, maar niet op een met een duurzaam en structureel karakter. Van andere feiten waaruit blijkt dat aanvrager bemoeienis heeft gehad met de bedrijfsvoering van persoon X is niet gebleken.
Het is duidelijk: de Afdeling neemt een zak.sam. op grond van enkel een huurrelatie niet zonder meer aan. Zij lijkt m.n. belang te hechten aan het beoogd zijn van samenwerking en het bestaan (hebben) van bemoeienis.
Een nadere verklaring geeft de Afdeling voor haar ogenschijnlijk nieuwe benadering van het zak.sam. (helaas) niet.
De vraag rijst: breekt de Afdeling hier bewust met haar eerdere uitleg van het zak.sam. (bijv. ECLI:NL:RVS:2010:BN0469) en van de bedoeling ervan van de wetgever, of lijdt zij aan geheugenverlies?
Lees hier de uitspraak: https://lnkd.in/e5infM5X

Stel je vragen aan onze specialisten
"Neem contact met mij op en ontvang antwoord op jouw vragen. Ik ben bereikbaar per mail of telefoon."