Nieuwsbrief

Exceptieve toetsing coördinatiebesluit

1 augustus 2016

In de uitspraak van 20 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2015) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: "de Afdeling") wordt ingegaan op de toetsingsmogelijkheid van een besluit tot toepassing van de coördinatieregeling (hierna: "coördinatiebesluit") als bedoeld in art. 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: "Wro"). 

Essentie

Tegen een coördinatiebesluit kan geen beroep worden ingesteld. Dit volgt uit art. 8:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: "Awb") in samenhang met art. 1 van bijlage 2 bij de Awb. Dit betekent echter niet dat een coördinatiebesluit in het geheel niet kan worden getoetst. Er bestaat namelijk wel de mogelijkheid om een coördinatiebesluit exceptief te laten toetsen. Exceptieve toetsing leidt ertoe dat het besluit buiten toepassing blijft, indien het in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel indien het in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel. 

Nader bekeken

Op grond van art. 3.30, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wro kunnen bij besluit van de gemeenteraad gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan, een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten als bedoeld onder 3.30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro.

Op 16 april 2015 heeft de gemeenteraad de coördinatieregeling als bedoeld in art. 3.30 van de Wro van toepassing verklaard op de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan en de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Deze besluiten hebben betrekking op het oprichten van een melkrundveebedrijf en een bedrijfswoning.

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het coördinatiebesluit, het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Zij stellen dat de toegepaste coördinatieregeling alleen is bedoeld voor de realisering van gemeentelijk beleid en niet voor een afzonderlijk project als het onderhavige.

De Afdeling oordeelt dat er op grond van de wet voor appellanten geen mogelijkheid bestaat om beroep in te stellen tegen een coördinatiebesluit. De Afdeling overweegt ten aanzien van het coördinatiebesluit als volgt: 

"5.2 Gelet op artikel 8:5, eerste lid, van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 1 van bijlage 2 bij de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit genomen op grond van artikel 3.30, eerste lid, van de Wro. Dit betekent echter niet dat het besluit tot toepassing van de coördinatieregeling in het geheel niet kan worden getoetst. Artikel 8:5, eerste lid, van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 1 van bijlage 2 bij de Awb, staat niet in de weg aan de mogelijkheid van exceptieve toetsing. Exceptieve toetsing van het besluit tot toepassing van de coördinatieregeling leidt ertoe dat het besluit buiten toepassing blijft indien het in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel indien het in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel. Het is aan het bevoegd gezag om de verschillende belangen, die bij het nemen van het besluit betrokken zijn, tegen elkaar af te wegen. De rechter heeft daarbij niet tot taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen en heeft ook overigens daarbij terughoudendheid te betrachten.

5.3. De Afdeling overweegt dat het plan en de omgevingsvergunning strekken tot de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid als bedoeld in artikel 3.30 van de Wro. Dit artikel schrijft niet voor dat de coördinatieregeling niet mag worden toegepast voor afzonderlijke projecten.

Gelet op het voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat het coördinatiebesluit in strijd is met een wettelijk voorschrift of een algemeen rechtsbeginsel. Het besluit wordt dan ook niet buiten toepassing gelaten." 

Printen / opslaan als pdf