Nieuwsbrief

Tevergeefs zoeken naar geschiktheidseisen in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument?

Aanbestedingsrecht, Eigen verklaring, Pianoo, Tool, Uea, Uniform europees aanbestedingsdocument

28 juli 2016

Vanuit de praktijk krijgen wij de laatste tijd behoorlijk wat vragen over het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) waarvan met de invoering van de gewijzigde Aanbestedingswet op 1 juli 2016 ook een Nederlandse versie is verschenen. Deze vragen laten grofweg samenvatten tot:

  1. moet ik het UEA gebruiken? en
  2. waar is de mogelijkheid om geschiktheidseisen uit te vragen gebleven?

Moet ik als aanbestedende dienst het UEA gebruiken?

Het gebruik van het UEA is verplicht voor overheidsopdrachten, concessieopdrachten en speciale-sectoropdrachten boven de aanbestedingsdrempel. Onder de drempelwaarde is het gebruik van het UEA enkel verplicht als er door een aanbestedende dienst uitsluitingsgronden en/of geschiktheidseisen worden gesteld (zie: artikel 1.19 van de Aanbestedingswet). 

Kortom, het gebruik van het UEA zal in veel gevallen verplicht zijn.

Geschiktheidseisen in het UEA?

Hiermee komen we toe aan de hamvraag, waar is de mogelijkheid om geschiktheidseisen met betrekking tot de financiële, technische en beroepsbekwaamheid uit te vragen gebleven? Die mogelijkheid vinden we in de het door de Europese Commissie opgestelde standaardformulier voor het UEA en de  Europese tool voor het UEA immers wel terug in deel IV, onderdelen A t/m D. Inschrijvers kunnen in die tool op een laagdrempelige manier aangeven of en op welke wijze zij aan de gestelde geschiktheidseisen voldoen. De Nederlandse interactieve pdf van het UEA, die (onder meer) op Pianoo is gepubliceerd, bevat die mogelijkheid niet. Van deel IV, onderdelen A tot en met D ontbreekt daarin immers ieder spoor. 

De minister onderbouwt het ontbreken van deze onderdelen met de volgende toelichting:  

"Inschrijvers en gegadigden kunnen zich beperken tot de algemene verklaring in het formulier dat aan alle selectie-eisen is voldaan (deel IV, onderdeel α, van het formulier) doordat de afzonderlijke selectie-eisen (deel IV, onderdelen A tot en met D) zijn uitgezonderd van het formulier dat in de ministeriële regeling is aangewezen. Dit is conform de huidige Nederlandse situatie, die heeft geleid tot een beperking van de administratieve lasten."

Onduidelijk is wat de minister daarmee bedoelt, de huidige praktijk bestond immers uit het verstrekken van de (veel) beperktere eigen verklaring. Die eigen verklaring – en de daarmee gemoeide praktijk – moest als gevolg van het nieuwe UEA sowieso veranderen. Bovendien laat het feit dat de huidige Nederlandse praktijk door middel van de eigen verklaring volgens de minister al heeft geleid tot een lastenverlichting, onverlet dat een volledige omzetting van het UEA kan leiden tot een verdere lastenverlichting. Dat is immers juist één van de redenen van de introductie van het UEA. Hoe de huidige praktijk kan meebrengen dat deel IV, onderdelen A tot en met D niet hoeven te worden opgenomen in de Nederlandse pdf is ons dan ook niet duidelijk.

Mocht u de geschiktheidseisen niet kunnen vinden in het Nederlandse UEA, dat klopt dus.

Is het een probleem dat deel IV A t/m D ontbreken?

Het niet omzetten van deel IV, onderdelen A tot en met D, is wat ons betreft erg onhandig. Inschrijvers moeten als gevolg daarvan afzonderlijk – dus naast het invullen van het UEA - opgave doen van de in het aanbestedingsdocument gestelde geschiktheidseisen, zoals bijvoorbeeld de omvang van verzekering(en), jaaromzet, financiële ratio's en referentieopdrachten. Die opgave verschilt per inschrijver en kan niet worden weggeschreven onder een algemene verklaring dat de inschrijver 'aan alle voorgeschreven selectiecriteria voldoet'. Op grond van artikel 2.85 lid 2 van de Aanbestedingswet is het overigens ook niet toegestaan om informatie die via de eigen verklaring (lees: UEA) kan worden opgevraagd op een andere manier op te vragen.

Ook mist in de interactieve pdf de in deel IV, onderdeel A onder 1) opgenomen mogelijkheid om het registratienummer van het handelsregister van de Kamer van Koophandel op te geven, aan de hand waarvan aanbestedende diensten kunnen verifiëren of het UEA en de inschrijving rechtsgeldig is ondertekend. Deze mogelijkheid bood de eigen verklaring wel, zodat ook om die reden de vraag kan worden gesteld of 'de huidige Nederlandse praktijk' niet juist meebrengt dat deel IV onderdeel A tot en met D (alsnog) integraal moeten worden omgezet.

Het gevolg van de omzetting van het UEA zoals deze nu heeft plaatsgevonden brengt, om in de terminologie van de wetgever te blijven, een verzwaring van de administratieve lasten met zich mee.  

Deze werkwijze vergroot bovendien de kans op omissies en vergissingen. Wat nu als iemand wel een kruisje zet in het vak 'ja' van deel IV α, maar 'vergeet' om de omvang van zijn omzet afzonderlijk op te geven..? 

Volgens Pianoo is er weinig aan de hand: "de overige teksten van de onderdelen A t/m D zijn (…) overbodig voor de Nederlandse aanbestedingspraktijk". Gelet op de vragen en kritische opmerkingen die wij in onze praktijk ontvangen, is maar de vraag of dit klopt. Wij zijn in ieder geval van mening dat omzetting van onderdeel IV A tot en met D wel degelijk nuttig en wenselijk is voor de Nederlandse aanbestedingspraktijk.

Hoe nu te handelen?

Wij adviseren om voorlopig gebruik te maken van de Europese UEA-tool. Die tool biedt wat ons betreft wel een daadwerkelijke verlichting van de administratieve lasten en maakt ook snel inzichtelijk of een inschrijver aan de geschiktheidseisen voldoet. Helaas werkt de Europese tool technisch niet helemaal vlekkeloos, zodat er voorlopig gewerkt moet worden met het printen en inscannen van het op die manier gegenereerde UEA.

Printen / opslaan als pdf