publicatie

    ABRvS 3 april 2019, AB 2019/327: Overtreder. Pandeigenaar als exploitant vanwege overeenkomst met curator verantwoordelijk voor naleven regelgeving horecabedrijf

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 3 april 2019Laatste update: 9 september 2019
    ABRvS 3 april 2019, AB 2019/327: Overtreder. Pandeigenaar als exploitant vanwege overeenkomst met curator verantwoordelijk voor naleven regelgeving horecabedrijf

    Geen voortzetting exploitatie cafés door curator. Exploitatie bij overeenkomst door curator aan appellante overgedragen. Appellante wordt op grond hiervan als overtreder aangemerkt.

    Niet in geschil is dat persoon exploitant was van beide cafés en in dat kader aan hem Drank- en Horecawet- en exploitatievergunningen zijn verleend, dat hij op 20 juli 2016 failliet is verklaard en dat de curator vanaf dat moment de boedel is gaan beheren. Niet is gebleken dat de tenaamstelling van de vergunningen vanaf het faillissement is gewijzigd. In de overeenkomst die appellante op 28 juli 2016 met de curator heeft gesloten is opgenomen dat appellante zorg zal dragen voor de feitelijke exploitatie van de cafés zoals het inhuren van personeel, het verrichten van loonbetalingen, de inkoop en verkoop alsmede betaling van de huur, alles wat nodig is om de onderneming draaiende te houden. Voorts is in de overeenkomst opgenomen dat de exploitatie van de cafés voor risico van appellante komt. Daarnaast is in de overeenkomst opgenomen dat aan appellante kleingeld ter beschikking wordt gesteld om de cafés te kunnen exploiteren. Ter zitting van de Afdeling heeft appellante bevestigd dat rekeningen voor de inkoop van goederen ten behoeve van de exploitatie op naam van appellante waren gesteld. Zij heeft voorts ter zitting verklaard dat het financiële risico van de exploitatie bij appellante lag, maar dat de feitelijke handelingen door persoon namens de curator werden verricht.

    Gelet op de bewoordingen in de overeenkomst alsook de wijze waarop appellante ter zitting heeft verklaard in de praktijk invulling te hebben gegeven aan deze overeenkomst, is haar rol, anders dan zij stelt, niet slechts beperkt tot die van financier. De Afdeling is dan ook van oordeel dat vanaf het faillissement van persoon geen voortzetting van de exploitatie van de cafés door de curator heeft plaatsgevonden, maar dat de curator de exploitatie aan appellante heeft overgedragen. Uit de e-mail van de curator van 27 oktober 2016 kan, anders dan appellante stelt, niet worden afgeleid dat persoon feitelijke handelingen namens de curator heeft verricht. In de e-mail is slechts vermeld dat persoon feitelijke handelingen heeft verricht, maar hierin is niet vermeld namens wie hij dat deed.

    Het vorenstaande betekent dat de horeca-inrichtingen door appellante werden geëxploiteerd zonder vereiste vergunningen, zodat sprake is geweest van een overtreding van art. 3 lid 1 Dhw en art. 2:27 APV. De burgemeester mocht appellante dan ook twee lasten onder bestuursdwang opleggen.

    Download publicatie

    Medium: AB 2019/327