publicatie

    Exploitatieplan, maximale mogelijkheden bestemmingsplan (BR 2020/30)

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 8 mei 2020Laatste update: 25 september 2020
    Exploitatieplan, maximale mogelijkheden bestemmingsplan (BR 2020/30)

    De wet stelt niet als vereiste dat bij het opstellen van het exploitatieplan en de taxatie die daar deel van uitmaakt van de maximale planologische invulling moet worden uitgegaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6839) is de exploitatieopzet als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, aanhef en onderdeel c, Wro een rekenkundig model, op basis waarvan de geraamde en daadwerkelijk gerealiseerde kosten naar rato van de te verwachten opbrengsten worden omgeslagen door het overeenkomstig artikel 6.17 Wro opleggen van een exploitatiebijdrage door middel van een voorwaarde verbonden aan een omgevingsvergunning voor bouwen.

    De kosten en opbrengsten die in de exploitatieopzet zijn opgenomen kunnen, zeker waar het de vaststelling van een exploitatieplan of de eerste herziening daarvan betreft, ramingen zijn en kunnen mogelijk afwijken van de daadwerkelijk te realiseren kosten en opbrengsten. De ramingen kunnen daarom worden uitgewerkt, gedetailleerd, aangepast of gewijzigd bij een herziening van het exploitatieplan.

    Niettemin dienen de in een exploitatieplan opgenomen kosten en opbrengsten met de vereiste zorgvuldigheid te worden geraamd. Daartoe is van belang dat de exploitatiebijdrage die bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen verschuldigd is, in het begin van het exploitatietijdvak veelal op basis van ramingen van kosten en opbrengsten wordt vastgesteld, terwijl slechts onder de voorwaarden van artikel 6.20 Wro aanspraak bestaat op terugbetaling van hetgeen te veel is betaald.

    Voorts dienen de ramingen van de kosten en opbrengsten te voldoen aan de eisen die de Wro en het Bro daaraan stellen. Dat in dit geval bij het opstellen van het exploitatieplan en de taxatie die daarvan deel uitmaakt niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden, maar van de door de raad beoogde invulling van de planologische mogelijkheden biedt geen grond voor het oordeel dat de in het exploitatieplan opgenomen kosten en opbrengsten niet met de vereiste zorgvuldigheid zijn geraamd, zoals hiervoor bedoeld.

    Download publicatie

    Medium: ABRvS 5 februari 2020, BR 2020/30