publicatie

    ABRvS 6 maart 2019, BR 2019/40: Aantal en aard controles bij vermeende overtreding

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 6 maart 2019Laatste update: 9 september 2019
    ABRvS 6 maart 2019, BR 2019/40: Aantal en aard controles bij vermeende overtreding

    Hoe ver reikt de onderzoeksplicht van het bevoegd gezag naar aanleiding van een verzoek om handhaving?

    In het licht van het aantal hectare grasland waarover belanghebbende beschikt en de grote hoeveelheid hooibalen die daarvan per seizoen kan worden geoogst en ook op het perceel mag worden op- en overgeslagen, heeft het college het onderzoek kunnen toespitsen op de schommelingen in de aanwezige voorraad op het perceel. De uitgevoerde controles laten geen noemenswaardige veranderingen zien in de omvang van de voorraad hooibalen op het perceel en de in de oogstperiode waargenomen toename van het aantal hooibalen wordt blijkens de controles niet gevolgd door een grote afname van hooibalen. Omdat de voorraad hooibalen en de daarin voorkomende schommelingen passen bij het agrarisch bedrijf van belanghebbende en geen sprake is van grote wisselingen in de voorraad, zoals dat bij fouragehandel vaker voorkomt, bieden de op het perceel uitgevoerde controles geen aanknopingspunten voor het oordeel dat (een deel van) de hooibalen niet van eigen grasland afkomstig zijn, maar bij derden zijn ingekocht. Weliswaar heeft de rechtbank het terecht opmerkelijk geacht dat uit de rapportages van 9 december 2015 en 11 februari 2016 blijkt dat het aantal hooibalen aanzienlijk is toegenomen in de winterperiode, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat belanghebbende hooibalen van derden inkoopt. Zoals het college in hoger beroep heeft toegelicht, zijn de twee controles uitgevoerd door verschillende controleurs, die het aantal aanwezige hooibalen op het perceel hebben geschat op 120 onderscheidenlijk 200 hooibalen. Nu op de bij de rapportages gevoegde foto’s van de situatie ter plaatse ten tijde van de controles een toename van 80 hooibalen niet is waar te nemen, en ook bij de talrijke later uitgevoerde controles geen toename van de hooivoorraad buiten de oogstperiode is geconstateerd, kan aan deze schattingen geen doorslaggevend gewicht worden toegekend.

    Download publicatie

    Medium: BR 2019/40