Publicatie

Bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen in ruimtelijk perspectief

1 september 2017, Tijdschrift voor Agrarisch Recht

Expertisegebied: Volksgezondheid

Wanneer gewassen worden bespoten met gewasbeschermingsmiddelen, komen deze middelen vaak niet alleen op het gewas zelf neer, maar ook in de (nabije) omgeving. Dit noemt men drift. Als in de omgeving sprake is van gevoelige functies2 rijst de vraag of de gewasbeschermingsmiddelen een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en of gelet daarop, al dan niet uit voorzorg, een spuitvrije zone (hierna ook ‘spuitzone’) aangehouden kan/moet worden tussen de gevoelige functies en de percelen met open teelt. (Hoe) moeten gevoelige functies in de ruimtelijke ordening beschermd worden tegen gewasbeschermingsmiddelen?

Wet- en regelgeving

In geen enkele wettelijke regeling zijn afstanden vastgelegd die in acht moeten worden genomen voor spuitzones tussen gevoelige functies en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruik. Nu wettelijke normen voor spuitzones ontbreken, dient de bestemmingsplanwetgever in het belang van een goede ruimtelijke ordening – op grond van art. 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening – te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Afgewogen moet worden of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zodanig effect heeft op de volksgezondheid van de mensen die verblijven op de percelen met een gevoelige functie, dat het gelet op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is een afstand aan te houden.

Download de publicatie