publicatie

    CBb 14 mei 2019, AB 2019/467: Fair trial. Horen getuige niet noodzakelijk. Geen reden om te twijfelen aan waarnemingen toezichthouders

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 26 oktober 2019Laatste update: 7 november 2019
    CBb 14 mei 2019, AB 2019/467: Fair trial. Horen getuige niet noodzakelijk. Geen reden om te twijfelen aan waarnemingen toezichthouders

    Naar vaste rechtspraak van het College mag een bestuursorgaan, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend toezichtrapport, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het toezichtrapport weergeven.

    Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd (CBb 13 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:605).

    Anders dan appellante kennelijk veronderstelt, volgt uit het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 15 maart 2016 (ECLI:CE:ECHR:2016:0315JUD003996609) niet dat het beginsel van “fair trial” het recht voor een partij met zich brengt om in alle gevallen door de rechter getuigen te laten oproepen.

    Voor het inroepen van dit recht is het in ieder geval noodzakelijk dat het horen van een getuige dient ter ondersteuning van de zaak. De rechter heeft bij de toepassing van artikel 8:60, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht beoordelingsruimte. De rechter mag afzien van het oproepen van getuigen ingeval de verklaring van de op te roepen getuige niet noodzakelijk is voor de vaststelling van de relevante en in geschil zijnde feiten (zie ook ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1200).

    Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.3 acht het College het niet noodzakelijk om de beveiliger te horen als getuige. Daarnaast wijst het College nog op het feit dat aan appellante de mogelijkheid is geboden om getuigen van tevoren aan te melden en mee te nemen naar de zitting. Appellante heeft hier geen gebruik van gemaakt.

    Download publicatie

    Medium: AB 2019/467