publicatie

    Spoedbestuursdwang. Ten onrechte geen toepassing gegeven aan art. 5:31c lid 1 Awb (AB 2020/47)

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 1 februari 2020Laatste update: 25 september 2020
    Spoedbestuursdwang. Ten onrechte geen toepassing gegeven aan art. 5:31c lid 1 Awb (AB 2020/47)

    Het College overweegt dat verweerder bij besluit van 11 augustus 2017 de kosten van de bestuursdwang heeft vastgesteld en bij appellant in rekening gebracht voor een bedrag van € 7.245,44. Blijkens de bij het kostenbesluit gevoegde overzichten zijn deze kosten gemaakt ten behoeve van het vervoer en verblijf van de dieren, alsook behandeling door een dierenarts. Appellant heeft bij brief van 18 september 2017 het kostenbesluit bij verweerder betwist. Op dat moment was de bezwaarprocedure nog niet afgerond.

    Het College stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit, zoals bekendgemaakt op 22 mei 2018, niet heeft beslist op het bezwaar van appellant, voor zover dat mede betrekking had op het kostenbesluit. Verweerder heeft daarmee ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb.

    Het College ziet hierin in dit geval aanleiding het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen, voor zover verweerder daarbij niet heeft beslist op het bezwaar van appellant tegen het kostenbesluit.

    Het College zal met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak voorzien door het bezwaar tegen het kostenbesluit alsnog ongegrond te verklaren en te bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit. Hiertoe is in aanmerking genomen dat verweerder het kostenbesluit uiteindelijk wel onder de aandacht van appellant heeft gebracht en dat appellant daartegen vervolgens argumenten heeft kunnen inbrengen. Het College is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt welke kosten zijn gemaakt. De opvangkosten zijn berekend conform de daartoe vastgestelde tarieven. Verweerder heeft uiteengezet dat deze tarieven zijn vastgesteld op basis van een aanbesteding. Appellant heeft (in beroep) onvoldoende naar voren gebracht om de aldus vastgestelde hoogte van de hier gehanteerde tarieven onredelijk te achten. De enkele omstandigheid dat de opvangkosten de waarde van de dieren te boven gaat is onvoldoende voor het oordeel dat de kosten van de spoedbestuursdwang niet voor rekening van appellant dienen te komen.

    Download publicatie

    Medium: CBb 28 mei 2019, AB 2020/47