publicatie

    Last onder dwangsom. Geen inzicht gegeven in berekening hoogte dwangsom. (AB 2020/235)

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 20 juni 2020Laatste update: 25 september 2020
    Last onder dwangsom. Geen inzicht gegeven in berekening hoogte dwangsom. (AB 2020/235)

    Hoogte last onder dwangsom. Bij de toepassing van bestuursdwang kan worden volstaan met minder verstrekkend feitelijk handelen. Niet deugdelijk gemotiveerd waarom bij de bepaling van de hoogte van de dwangsom is uitgegaan van de kosten die verweerder zou moeten maken als hij de schapen en lammeren zou meevoeren en opslaan.

    Het CBb stelt vast dat verweerder geen enkel inzicht heeft gegeven in de berekening van de hoogte van de dwangsom. Verweerder heeft ter zitting wel gesteld dat hij hierbij rekening heeft gehouden met de kosten die hij bij de toepassing van bestuursdwang zou moeten maken indien de schapen en lammeren daartoe meegenomen zouden moeten worden en moeten worden ondergebracht op een opvangadres, maar verweerder heeft desgevraagd niet kunnen verduidelijken welke bedragen hiermee dan precies zouden zijn gemoeid en hoe de dwangsom van €​ ​750 per schaap en het maximum van €​ ​10.000 dan tot stand is gekomen.

    Het College acht het niet aannemelijk dat het in dat geval noodzakelijk zou zijn geweest om de schapen en lammeren mee te voeren en op te slaan, nu uit het rapport van bevindingen van 13 maart 2018 blijkt dat het volgens de toezichthouder voldoende was om de schapen te verplaatsen van de rechterzijde van de hoeve naar een plaats waar het veiliger is voor deze dieren, dat in het rapport van bevindingen van 18 april 2018 staat dat appellant de schapen tijdens de hercontrole op 12 april 2018 naar buiten heeft gedaan en dat is voldaan aan maatregel uit de last onder dwangsom. Hieruit leidt het College af dat bij de toepassing van bestuursdwang zou kunnen worden volstaan met minder verstrekkend feitelijk handelen dan het meevoeren en opslaan van de schapen en lammeren. Naar het oordeel van het College heeft verweerder dan ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom bij de bepaling van de hoogte van de dwangsom is uitgegaan van de kosten die verweerder zou moeten maken indien hij de schapen en lammeren zou meevoeren en opslaan op een opvangadres. Het bestreden besluit is in zoverre in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. 

    CBb 7 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:7

    CBb 21 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:295

    Download publicatie

    Medium: CBb 7 januari 2020, AB 2020/235