Publicatie

De wettelijke bepaling in praktijk: artikel 7:222 BW

1 februari 2017, Tijdschrift Huurrecht in Praktijk

Expertisegebied: Huur

In ieder nummer van HIP wordt aan de hand van een praktijkgeval een wettelijke bepaling besproken. Het gaat steeds om een bepaling waarover in de literatuur weinig geschreven is. Het praktijkgeval wordt geschetst, de tekst van de bepaling wordt geciteerd, kort toegelicht en toegepast op het praktijkgeval. In deze aflevering van HIP is artikel 7:222 BW aan bod, over de klachtplicht van de huurder.

Het praktijkgeval

De huurder van een gestoffeerde studentenkamer op de eerste etage hierna 'huurder eerste etage', ziet een vochtplek op de muur onder de wastafel op zijn kamer. Hij doet daarvan geen melding bij de verhuurder, omdat de vochtplek hem niet stoort. De huurder van de onderge-legen studentenkamer (eveneens gestoffeerd), hierna 'huur-der begane grond', ziet een vochtplek op het plafond van zijn kamer ter hoogte van de wastafel van huurder eerste etage. Ook hij doet daar in eerste instantie geen melding van bij de verhuurder. Pas als sprake is van wateroverlast met als gevolg dat het tapijt en de raambekleding in zijn kamer deels vervangen moeten worden, meldt huurder be-gane grond zich bij de verhuurder. Huurder begane grond verlangt van hem herstel en huurprijsvermindering

Download de publicatie