publicatie

    Gezamenlijk toezicht zonder financiële participatie

    Elise Zeelenberg
    Elise ZeelenbergPublicatiedatum: 5 februari 2021Laatste update: 19 februari 2021
    Gezamenlijk toezicht zonder financiële participatie

    Wanneer oefent een aanbestedende dienst toezicht uit op een vennootschap waaraan een overheidsopdracht wordt verstrekt? Is daarbij doorslaggevend of het volledige kapitaal in die vennootschap in handen is van de aanbestedende overheid, of zijn andere factoren van belang?

    In het Carbotermo-arrest uit 20062 oordeelde het Europese Hof van Justitie (hierna: het Hof) al dat de omstandigheid dat een aanbestedende dienst alleen of tezamen met andere overheidsdiensten het volledige kapitaal in handen heeft van een vennootschap waaraan een overheidsopdracht wordt verstrekt, niet beslissend is voor de vraag of die aanbestedende dienst (gezamenlijk) toezicht uitoefent op de opdrachtnemer en dus of er daarmee voldaan is aan het toezichtcriterium van de quasi-inhouse-uitzondering c.q. inbestedingsuitzondering. Desalniettemin stond het Hof nadien enkel inhouse-gunningen toe in gevallen waarin het kapitaal van de opdrachtnemende entiteit geheel of gedeeltelijk in handen was van een aanbestedende dienst. Onderhavige zaak, waarin het Finse model van de ‘verantwoordelijke gemeente’ centraal staat, brengt daar verandering in. Het Hof oordeelt dat er in deze zaak sprake is van gezamenlijk toezicht door gemeenten die geen aandeel hebben in het kapitaal van de inhouse-entiteit. Bovendien staat het Hof een construct toe, van bevoegdheidsoverdracht en vervolgens gunning via een bestaande inbestedingsrelatie, dat ook een welkome aanvulling kan zijn voor de Nederlandse praktijk.

    Meer weten? Lees de gehele publicatie.

    Download publicatie

    Medium: TA 2021/1