publicatie

    Oppervlakte-eis gedoogplicht Waterwet. Totale grondoppervlak van rechthebbende. (BR 2020/96)

    Marie-Anna Bullens
    Marie-Anna BullensPublicatiedatum: 18 september 2020Laatste update: 25 september 2020
    Oppervlakte-eis gedoogplicht Waterwet. Totale grondoppervlak van rechthebbende. (BR 2020/96)

    Oppervlakte-eis gedoogplicht Waterwet. Totale grondoppervlak van rechthebbende.

    Niet in geschil is dat de gedoogplicht, gelet op hetgeen hiervoor onder 3.3 is weergegeven, betrekking heeft op in totaal 3.85.07 hectare grond waarvan 3.31.86 hectare tijdelijk en 0.53.21 hectare definitief benodigd is. In ogenschouw genomen dat [appellante] in totaal ongeveer 110.00.00 hectare in eigendom heeft, heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de gedoogplicht ziet op ongeveer 3,5% van het totale grondoppervlak van [appellante]. De benodigde grondoppervlakte in verhouding tot het totale grondoppervlak van [appellante] kan daarmee als gering worden beschouwd. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de gedoogplicht betrekking heeft op een definitief benodigde oppervlakte van ongeveer 0,48% en dat de tijdelijk benodigde gronden na afronding van de werkzaamheden op 31 december 2023 in oorspronkelijke landbouwkundige staat aan [appellante] worden opgeleverd, ondervindt [appellante] geen onevenredig nadelige gevolgen van de gedoogplicht. Evenmin is gebleken dat de bruikbaarheid van de rest van een perceel vermindert als gevolg van de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk op een gedeelte van dat perceel. Bovendien heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het dagelijks bestuur voor het gebruik van de benodigde gronden niet afhankelijk is van overeenstemming met [appellante] over een grondruil.

    ABRvS 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1371

    Download publicatie

    Medium: ABRvS 10 juni 2020, BR 2020/69