publicatie

    Recht op persoonlijke levenssfeer verdachte en ontgrendelen en uitlezen smartphone

    Monique Hennekens
    Monique HennekensPublicatiedatum: 11 maart 2019Laatste update: 18 juli 2019
    Recht op persoonlijke levenssfeer verdachte en ontgrendelen en uitlezen smartphone

    Eén verdachte wordt in 2016 aangehouden op verdenking van diefstal in vereniging en oplichting. Dit zijn feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Bij zijn aanhouding is zijn iPhone in beslag genomen. Verdachte weigerde de toegangscode van zijn telefoon te geven. De officier van justitie heeft verdachte bevolen mee te werken aan het ontgrendelen van de iPhone, maar hij bleef weigeren. Daarop is verdachte geboeid en is zijn duim op de vingerafdrukscanner van de iPhone geplaatst. Op die manier werd de iPhone ontgrendeld.

    Verdachte stelt dat met deze wijze van ontgrendeling van zijn iPhone inbreuk is gemaakt op zijn grondrechten, waaronder het recht op lichamelijke integriteit en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Bovendien ging het bij de gedwongen ontgrendeling van de iPhone om het verkrijgen van de informatie op de iPhone. Het volledig uitlezen van de iPhone is volgens de verdachte een ontoelaatbare inbreuk op zijn recht op een eerlijk proces (namelijk het nemo tenetur-beginsel) en het recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer/privacy.

    Is het volledig uitlezen van de Iphone een ontoelaatbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces en het recht op eerbiediging van persoonlijke levenssfeer/privacy? In dit artikel van Monique Hennekens wordt het oordeel van de rechtbank uiteengezet.

    Download publicatie

    Medium: Sdu Privacynieuws