publicatie

    Toepassing toetsingskader bij heroverweging van besluiten met herstelsancties. Geen afbreuk aan doel en strekking verbodsbepaling APV.

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 25 februari 2022
    Toepassing toetsingskader bij heroverweging van besluiten met herstelsancties. Geen afbreuk aan doel en strekking verbodsbepaling APV.

    De Afdeling heeft in de uitspraak van 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2571, het toetsingskader bij de heroverweging van besluiten met herstelsancties uiteengezet, nadat ze daarover een conclusie heeft gevraagd aan de advocaat-generaal (zie voor de conclusie de uitspraak van 11 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:738).

    De burgemeester heeft in redelijkheid kunnen aannemen dat er aanwijzingen bestonden dat appellante sub 2 in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft gehandeld. Deze aanwijzingen volgen uit de boeterapporten. De omstandigheid dat de vreemdelingen na de controle een verblijfsvergunning hebben gekregen met terugwerkende kracht, betekent niet dat deze aanwijzingen er niet waren. Daarom heeft de burgemeester de exploitatievergunningen terecht ingetrokken. Dat neemt niet weg dat de burgemeester deze omstandigheid in het kader van de evenredigheid in de besluitvorming moest meewegen, ook omdat dit voor de minister reden was om geen boete op te leggen. De minister, en niet de IND, is degene die vaststelt of sprake is van een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav.

    Het doel van de gehandhaafde norm verzet zich niet tegen het meenemen van deze omstandigheid. Het laten werken van vreemdelingen die, ook al is dat pas achteraf, met terugwerkende kracht vastgesteld, over de juiste papieren beschikken, doet immers geen afbreuk aan doel en strekking van artikel 2.28 van de Apv. In het besluit van 15 januari 2018 heeft de burgemeester de duur van de intrekking van de exploitatievergunningen beperkt tot zes dagen. Intrekking voor deze duur acht de Afdeling evenredig, in aanmerking nemende dat aan de vreemdelingen later met terugwerkende kracht verblijfsvergunningen zijn toegekend. Dit betekent dat de burgemeester in redelijkheid de intrekking van de exploitatievergunningen heeft kunnen handhaven, met een gewijzigde duur. De rechtbank heeft ten onrechte anders geoordeeld. Of de burgemeester ook als grondslag heeft kunnen noemen dat appellante sub 2 in enig opzicht van slecht levensgedrag zou zijn, hoeft geen bespreking meer.

    Download publicatie

    Medium: ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1684