publicatie

    Vergunningverlening op grond van art. 19kd van de Natuurbeschermingswet 1998: recente ontwikkelingen

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 9 september 2011

    Sinds 31 maart 2010 is de Crisis- en Herstelwet in Nederland van kracht, waarmee de regeling voor bestaande rechten in de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de N b w ) werd geintroduceerd. Het nieuwe art. 19kd N b w zorgde hiervoor. Op grond van art. 19kd N b w worden (kort gezegd) de mogelijke negatieve effecten op de voor stikstof gevoelige habitats niet meegenomen in de beoordeling van de aanvraag om natuurbeschermingswetvergunning als geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie ten opzichte van 7 december 2004. In dit artikel behandel i k de recente uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de afdeling) van 7 September 2011′ (hierna: de uitspraak) waarin de afdeling enkele rechtsvragen met betrekking tot art. 19kd N b w heeft beantwoord. De procedure ziet op de uitbreiding van een bestaande varkenshouderij nabij het Natura 2000-gebied ‘Gelderse poort’. Het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland (hierna: GS) had de natuurbeschermingswetvergunning geweigerd. GS stelden zich op het standpunt dat als gevolg van de inwerkingtreding van art. 19kd van de N b w 1998 geen vergunningplicht meer gold ingevolge art. 19d, eerste l i d , van de Nbw, nu de stikstofdepositie van de desbetreffende veehouderij op het gebied ‘Gelderse Poort’ per saldo niet is toegenomen of zal toenemen. Deze uitspraak geeft op vier punten duidelijkheid over de vergunningverlening op grond van art. 19kd Nbw. Deze punten zal ik in d i t artikel bespreken.

    Download publicatie